Sylvain Ephimenco was een eenzame stem in de voormalige verzetskrant Trouw. Nu verdwijnt zelfs dit tegengeluid, en dit is typerend voor het gedrag van veel Nederlandse kranten. Over heikele onderwerpen verkondigen zij een dominant narratief waarop kritiek niet gewenst is. Daarmee sluiten zij zich op in een bubbel waarbinnen de realiteit steeds minder doordringt. De demonisering van Israël is misschien wel het meest opvallende gevolg van deze radicalisering.

 

Tot februari 2011 waren mijn man en ik NRC-abonnees. We hadden wel eens aanmerkingen op de krant, maar de opiniepagina was een verademing. Scherpe geesten lieten daar hun vaak tegengestelde meningen horen, en wat mij betreft maakte alleen al die verscheidenheid het motto van NRC geloofwaardig: slijpsteen voor de geest.

Maar de ene na de andere tegendraadse denker verdween uit NRC, en in 2010 werd het motto Ik denk… NRC. Dat smaakte voor ons gevoel iets te veel naar ‘de krant vertelt wat u moet denken’. Toen in 2011 de laatste dissident – Afshin Ellian – moest vertrekken, vertrokken wij ook. We hadden er geen behoefte aan om ons een mening te laten voorkauwen; we snakten naar debat.

Dit citaat uit de afscheidscolumn van Ellian was mij uit het hart gegrepen: “Ik dacht dat ik perfect bij een liberale krant paste. Maar ik heb de indruk dat scherpe kritiek en tegenspraak als ballast ervaren worden. Op pagina’s vol politiek-correcte verhalen over de lieve islam, multiculturalisme en de verzorgingsstaat wordt mijn lastige, nogal kritische vrijheidsstem als te provocerend gezien.”

John Stuart Mill

Zoals de Britse denker John Stuart Mill duidelijk maakte in zijn essay On Liberty is tegenspraak geen luxe, maar een noodzaak. In mijn tweede boek, Debat ongewenst, had ik voorin dit citaat uit On Liberty opgenomen:

“Not the violent conflict between parts of the truth, but the quit suppression of half of it, is the formidable evil: there is always hope when people are forced to listen to both sides; it is when they attend only to one that errors harden into prejudices, and truth itself ceases to have the effect of truth, by being exaggerated into falsehood.”

Nederlandse hoofdredacteuren zouden John Stuart Mill moeten (her)lezen. Niet het (felle) debat is gevaarlijk, juist het ontbreken van debat is gevaarlijk. Wie tegenspraak uitbant, baant de weg naar radicalisering. Een bubbel lijkt in het begin comfortabel, maar zo’n afgeschermde wereld drijft onvermijdelijk weg bij de realiteit, en eindigt als een sektarische broedplaats van vooroordelen.

Excuusdissidenten

Nederlandse kranten die zichzelf presenteren als intellectueel, beseffen vaak wel degelijk dat tegenspraak noodzakelijk is. Tussen alle eenheidsworst was altijd wel een vaste columnist te vinden die een afwijkend geluid liet horen. Zelf noemde ik die mensen wel eens sarcastisch excuusdissidenten, omdat de tegenspraak in de rest van die kranten meestal ver te zoeken was.

In de Volkskrant was lang Martin Sommer de excuusdissident van dienst, en ik hield mijn hart vast toen hij vertrok. Maar ere wie ere toekomt: de Volkskrant stelde nieuwe dissidenten aan. Jolande Withuis schopt daar nog wekelijks tegen heilige huisjes. Zelfs NRC is niet helemaal dichtgeslibd dankzij soms goede columns van bijvoorbeeld Rosanne Hertzberger en Aylin Bilic.

En toch waait er een totalitaire wind door het Nederlandse medialandschap die dissidente geluiden steeds slechter verdraagt. In juni 2025 moest Theodor Holman na meer dan 30 jaar vertrekken bij Het Parool. Hij concludeerde zelf dat dit waarschijnlijk te maken had met zijn Israëlstandpunt, want Holman durfde te twijfelen, en over Israël is twijfel niet langer toegestaan.

Ephimenco

Het was niet voor niets dat Silvain Ephimenco, de excuusdissident van Trouw, in zijn laatste column wees op een recente voorpagina waar de Israëlhaat vanaf droop. Citaat: “De betreurenswaardige voorpaginafoto, dinsdag, waarin een gewapende Israëlische soldaat de vlag van Israël in een bord hummus plant, is daar een voorbeeld van. Wanneer verslaggeving ideologisch wordt of obsessionele vormen aanneemt, mijn woorden, is dit een probleem.”

Elders in zijn column deed hij verslag van de beperkingen die de hoofdredactie hem op wilde leggen: “Ik zou met deze nieuwe column weg moeten blijven van de actualiteit en de polemiek die daarbij hoort, na drie maanden een eerste evaluatie en na een jaar de beslissing of de column blijft bestaan.” Kortom: de dissident stond onder toezicht, al zou het keurige Trouw nooit de term censuur gebruiken.

Het is pijnlijk om terug te lezen hoe de verzetskrant in 1943 sprak over de naam Trouw. “Trouw en waarheid zijn nauw met elkaar verbonden. Trouw ziet op het handelen, waarheid op het spreken. Wie waar is in zijn spreken, is tevens trouw in zijn daad.” Deze krant heeft de waarheid de deur uit gedaan, en blijkt logischerwijs trouweloos.

Net als bij Holman, lijkt ook bij Ephimenco zijn ketterij tegen de Israëlhaat hem de das om te doen. Hij was terecht kritisch op Israël, maar hij ging niet mee in de anti-Israël obsessie van zijn krant. De suggestie van die voorpaginafoto – dat Israël het gerecht hummus gekoloniseerd zou hebben – was slechts het zoveelste voorbeeld van de Israëlhaat in deze voormalige verzetskrant.

Feiten

Niet dat Trouw Ephimenco uiteindelijk onder druk zette vanwege zijn nuance over Israël. Er was nog een andere stok om de hond mee te slaan. Ephimenco had een column geschreven over drie grote tekorten waar Nederland mee worstelt. Schoon drinkwater voor iedereen is niet langer vanzelfsprekend, en hetzelfde geldt voor toegang tot het stroomnet. Ook het woningtekort is dramatisch.

Ephimenco benoemde de olifant in de kamer: “Wat die drie T’s (tekort) met elkaar linkt is de bevolkingstoename: Nederland heeft al, na Malta, de hoogste bevolkingsdichtheid (ongeveer 500 inwoners per vierkante kilometer). (…) De bevolkingstoename in Nederland is de laatste jaren volledig op het conto van migratie te schrijven.”

Trouw reageerde hierop door boze brieven over deze column te plaatsen en een hoofdredactioneel commentaar. In dat commentaar werd gedaan alsof Ephimenco immigratie als enige oorzaak van deze tekorten had genoemd (hij zei dat dit de gemeenschappelijke factor was) en vervolgens stelde de krant dat de column van Ephimenco niet onderbouwd was met controleerbare feiten.

Dit van een krant die wekelijks columns publiceert van Jamal Ouariachi. Zijn februari-column over Gaza wemelde van de lasterlijke beweringen die niet onderbouwd waren met controleerbare feiten. Maar ja. Deze column droop wel van de Israëlhaat, en als het op Israël aankomt heeft Trouw al lang geleden het pad van de controleerbare feiten verlaten.

Anti-Israël

Ik zal niet snel dat feitenvrije hoofdredactionele commentaar vergeten nadat het Colonna-rapport over UNRWA uitkwam. De hoofdredactie had blijkbaar niet de moeite genomen zich op de hoogte te stellen, en verklaarde Israël tot leugenaar. Dit is nooit rechtgezet. Zelfs in het stuk waarin Trouw moest erkennen dat Israël gelijk had, werd alsnog gesuggereerd dat dit niet zo was. Voor de feiten verwijs ik u naar mijn stuk hierover, waarin Catherine Colonna zelf aan het woord kwam.

Trouw blinkt al jaren uit in anti-Israëlverslaggeving. Een recent voorbeeld is een ‘vraag aan de lezers’ die bepaald niet onderbouwd is met controleerbare feiten. “Zou het helpen voor de veiligheid van Joodse Nederlanders als Nederland zich politiek van Israël zou distantiëren? Is ‘de Flotilla’ de laatste druppel geweest die de emmer doet overlopen?” Een selectie van de lezersbrieven hierover zal woensdag 27 mei verschijnen.

Chef opinie Laura van Baars draagt ‘feiten’ aan om de lezers op gang te helpen. Volgens haar lijdt Gaza honger wegens gebrek aan hulpgoederen, en heeft Israël genocide gepleegd in Gaza. Beide beweringen zijn aantoonbaar onjuist. Er komt ruim voldoende voedsel Gaza binnen – al verhindert Hamas eerlijke distributie – en genocide is echt iets anders dan wat in Gaza gebeurde en gebeurt.

Maar wat maken feiten uit als beschuldigingen zo mooi passen in de vooroordelen van de Trouwredactie? Die voert de lezers nog wat propaganda zodat er giftige brieven komen, en publiceert die dan als ‘bewijs’ dat Israël een schurkenstaat is. En die ene columnist die nog wel eens een kanttekening zette bij alle demonisering van Israël, die werkt de redactie eruit.

Israël is de kanarie in de kolenmijn

Wat op dit moment gebeurt in de Nederlandse media gaat veel verder dan activistische verslaggeving over één onderwerp. Het is waar dat de Israëlverslaggeving bewijsbaar leugenachtig en demoniserend is, maar dit geldt ook al jaren voor de verslaggeving over de VS, over de boeren, over politieke partijen, en over immigratie. En hiermee is de lijst niet compleet.

De ziekte van de Nederlandse media is te wijten aan zwakheden in de menselijke aard, en die worden versterkt door ondermijning van journalistieke normen vanuit postmodern relativisme en westerse zelfhaat. Als er geen waarheid bestaat, waarom zou je er dan naar zoeken? Als feitenvrij gemijmer net zoveel waard is als een mening op grond van degelijk onderzoek, waarom zou je de moeite van onderzoek nog nemen?

Alle hierboven genoemde kranten lichten de hand met hun eigen journalistieke normen. En waar die kwaliteitscontrole wegvalt, krijgen de instincten ruim baan. Deze kranten schrijven graag over het tribalisme van de ‘populisten’, maar zij zijn zelf minstens zo tribaal. Zij promoten kuddegedrag en verafschuwen tegengeluid.

Onder de vlag van Israëlkritiek publiceren zij sensationele artikelen die bij nader inzien uit gebakken lucht blijken te bestaan. Maar voor echte Israëlkritiek zouden zij een voorbeeld kunnen nemen aan Israëlische media, die afgelopen week ontploften vanwege het schandelijke gedrag van minister Ben Gvir. En ze zouden eens ter harte kunnen nemen wat Hen Mazzig hier schrijft.

Debat ongewenst

Juist in Israël wordt het debat op het scherpst van de snede gevoerd. Maar in het gezapige Nederland leveren media de meningen kant en klaar af, en smoren dissidente geluiden. Zoals minister Kajsa Ollongren ooit bevreesd zei: “Je kunt mensen, groepen, tegen elkaar opzetten door een beetje beide kanten te belichten.” Wie zo denkt, vindt debat eng, en gehoorzaamheid aan het dominante narratief veilig.

Het vertrek van Ephimenco bij Trouw is geen incident, het past in de bangelijke tijdgeest. In de kerndoelen voor het onderwijs staat nog steeds dat scholieren kritisch denken moeten leren. In de praktijk is kritisch denken verdacht, en moeten dissidenten zwijgen.

Dat is een hellend vlak naar totalitarisme.

 

U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.