Dit stuk verscheen eerst in de bundel ‘Kroniek van het Zionisme’.
Wie vandaag de dag een krant openslaat, kan lezen dat zionisme een koloniale en zelfs genocidale ideologie is. “Het zionisme is rijp voor de vuilnisbelt van de geschiedenis,” schreef NRC op gezag van de Israëlische historicus Omer Bartov. In een ander NRC-interview met deze wetenschapper was Bartov nog zo genadig om te stellen dat het zionisme ooit wel een respectabele ideologie was geweest. NRC-journalist Sjoerd de Jong voegde daaraan toe dat Bartov hiermee een boodschap verkondigde die “haaks staat op de activistische conventional wisdom dat het zionisme van meet af aan racistisch en genocidaal was.”
Ook in de Volkskrant zijn uitspraken van antizionistische Joden te lezen. “Zionisme is een systeem van Joodse suprematie in het land van Palestijnen,” stelde de Joodse bioloog Zyanya Breuer. De Joodse schrijver Maurits de Bruijn kreeg de vraag: “Je noemt jezelf antizionist, wat betekent dat voor jou?” Zijn antwoord was: “Dat ik me keer tegen de racistische, annexerende, gewelddadige en genocidale daden waar het zionisme nu toe leidt.” De derde landelijke krant die vaak tot de kwaliteitskranten gerekend wordt, is Trouw. En ook in deze krant is plaats voor antizionistische Joden zoals Arnon Grunberg, die (alweer) Omer Bartov mocht interviewen. Maar vreemd genoeg lijkt er weinig interesse te zijn voor zionistische Joden. Zijn die inmiddels in de minderheid?
Druk op zionistische Joden
In de Telegraaf komen zionistische Joden vaker aan het woord. Professor Jessica Roitman doceert Jewish studies aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Zij noemt zichzelf een uitgesproken zionist en stelt dat sinds 7 oktober 2023 antisemitisme verpakt wordt als kritiek op Israël en het zionisme. In het AD, de vijfde grote landelijke krant, schreef de Joodse columniste Kitty Herweijer: “Je bent pas een ‘goede Jood’ als je afstand neemt van de staat Israël.” Dat kwam haar op een reprimande van een lezer te staan: “Een goede Jood neemt inderdaad afstand van deze moordlustige oorlogsregering, alsmede van de illegale nederzettingen en het apartheidsbeleid.”
Anno 2026 staan Joden onder druk om afstand te nemen van Israël, en het zionisme te veroordelen als een koloniale ideologie die geleid heeft tot de ‘historische vergissing’ van de stichting van de staat Israël, zoals historicus Maarten van Rossem het verwoordt. De grote vraag is natuurlijk waar deze eis tot afstand nemen vandaan komt. Is de staat Israël werkelijk gedegenereerd tot een schurkenstaat? Is het zionisme (verworden tot) een racistische en genocidale ideologie? Zulke zware beschuldigingen verdienen grondig onderzoek, en misschien wel in de eerste plaats naar de herkomst van de beschuldigingen zelf. Want wanneer begonnen de verhalen over zionisme als koloniale, racistische ideologie? Om dat te kunnen achterhalen, hoeven we niet eens zo ver terug te gaan in de geschiedenis.
VN-resolutie tegen zionisme
Ruim vijftig jaar geleden – op 10 november 1975 – bereikte de strijd over de definitie van zionisme een kantelpunt. Destijds werd in de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aangenomen die stelde dat zionisme een vorm is van racisme en raciale discriminatie. Deze resolutie werd in 1991 herroepen, maar het is interessant om te kijken hoe hij tot stand kwam, en wat daarover destijds in Nederlandse kranten stond.
De Sovjet-Unie en de Arabische wereld voerden in 1975 al jaren campagne tegen Israël. De Arabieren in eerste instantie vooral door oorlogen te voeren, en de Sovjet-Unie door aanhoudende propaganda over het ‘imperialistische en kolonialistische zionisme’. Na verloop van tijd namen de Arabische landen het narratief van het Kremlin over, maar wie de archieven bekijkt, ziet dat de Sovjet-Unie het voortouw nam. Via Delpher.nl – een online archief van onschatbare waarde – vond ik berichten uit de vijf grootste landelijke kranten die de geschiedenis goed weergeven.
De Sovjet-Unie in 1948
Oorspronkelijk stond het Kremlin positief tegenover de stichting van de staat Israël. De Sovjet-Unie was zelfs de allereerste staat die Israël volledig als soevereine staat erkende, al hadden de Amerikanen eerder een voorlopige erkenning gegeven. Een passage in Algemeen Handelsblad (een voorloper van NRC) maakt de rivaliteit tussen Washington en Moskou op 18 mei 1948 goed duidelijk:
“Het blijkt de laatste dagen, dat de Amerikaanse regering een betrekkelijk gunstige houding tegenover de zionisten inneemt, al is van een opheffing van het wapenembargo naar het Midden-Oosten dan nog geen sprake. Ook Rusland liet zich niet onbetuigd en overtroefde, volgens A.P., de Verenigde Staten door de nieuwe Joodse staat te erkennen zonder de reserve van een ‘de facto’ erkenning, zoals die door Amerika geschiedde.”
Sovjetpropaganda tegen Israël
Pas nadat de banden tussen Israël en de VS inniger werden, ging de Sovjet-Unie de Joodse staat als tegenstander beschouwen. De eerste Russische beschuldiging over zionisme die ik bij Delpher vond, was dan ook kenmerkend voor de Koude Oorlog: de Russen beweerden dat zionisme een dekmantel voor spionnen was (AD 1962).
Het tweede bericht illustreerde de vorming van het Sovjet-Arabische blok tegenover het Westers-Israëlische blok, en de eerste pogingen tot diplomatieke oorlogvoering via de VN. De Sovjet-Unie had bij de VN een amendement ingediend om zionisme op één lijn te stellen met antisemitisme en nazisme (Telegraaf 1965). Die poging slaagde nog niet, maar de propaganda ging verder. Zionisme zou een uitvinding zijn van de Joodse bourgeoisie, die de partner zou zijn van het reactionaire imperialisme (Trouw 1969).
De Russische beschuldigingen verschoven al snel naar onversneden antisemitisme en demonisering. “De aartsvijand van de Sovjet-Unie is niet de Verenigde Staten van Amerika of de Chinese Volksrepubliek, maar een geheimzinnig monsterverbond van misdadige Joden, dat wordt aangeduid als het internationale zionistische concern.” (Trouw 1971). Het zionisme zou zich verbonden hebben met het nazisme en zelfs meegewerkt hebben aan het uitmoorden van de Joden (Volkskrant 1970).
Nederlandse kranten spraken met afkeer over de Sovjetcampagne tegen Israël en tegen het zionisme.
Sovjet-Arabisch verbond
Vanaf eind jaren zestig verschenen berichten over Arabische leiders die de Sovjetretoriek overnamen. De pas opgerichte PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie) liep hierin voorop. “Het zionisme kent de methodes en doelstellingen van het imperialisme,” verkondigde Mahmoud Hamshari (Trouw 1969), die destijds PLO-woordvoerder in Frankrijk was. In die tijd beheerste PLO-terreur de voorpagina’s: vliegtuigkapingen, bomaanslagen op vliegtuigen waarbij talloze doden vielen, terreuraanslagen wereldwijd, de aanslag op de Olympische Spelen in München, en het ontketenen van een bloedige burgeroorlog in Jordanië.
Ondanks of dankzij deze terreurcampagne boekte het Sovjet-Arabische verbond successen in de VN: in 1974 mocht PLO-leider Yasser Arafat de Algemene Vergadering van de VN toespreken. “Gekleed in zijn militaire uniform (de contouren van een pistool in zijn broekzak waren duidelijk te zien) en met zijn zwart-wit geblokte hoofdtooi op, sprak Arafat tachtig minuten lang in het Arabisch. (…) ‘lk ben gekomen,’ zei hij, ‘met in de ene hand een olijftak en in de andere het geweer van de vrijheidsstrijder. Maak dat die olijftak mij niet uit de hand glipt’.” (AD 1974).
Nederland stond achter Israël
In november 1975 werd de VN-resolutie aangenomen die stelde dat zionisme een vorm van racisme en rassendiscriminatie zou zijn. De overgrote meerderheid van de Tweede Kamer veroordeelde deze resolutie scherp, maar de radicaallinkse CPN (Communistische Partij van Nederland) en PSP (Pacifistisch Socialistische Partij) – die later opgingen in GroenLinks – hielden zich afzijdig. De buitenlandwoordvoerder van de VVD zei dat de VN in een diep moeras was gezonken, en Relus ter Beek (PvdA) stelde voor om de Nederlandse medewerking aan activiteiten van de VN aan voorwaarden te verbinden (AD 1975).
NRC schreef voorafgaand aan de stemming over ‘een stunt van de Arabieren’, en waarschuwde dat de Algemene Vergadering van de VN zich op een ‘levensgevaarlijke weg’ begaf. De krant deed verslag van het verzet hiertegen van de VS en de West-Europese landen, en schreef: “Dat is de enig mogelijke houding tegenover deze ontwikkeling, om te voorkomen dat de gerechtvaardigde strijd tegen de rassenongelijkheid wordt misbruikt als een politiek wapen van hoogst twijfelachtig allooi. Hopelijk wordt dat deze keer, anders dan in Mexico, ook van Nederlandse zijde ingezien.”
Vanwaar die verwijzing naar Mexico?
Nederland stond niet achter Israël
De VN-resolutie van november 1975 was niet de eerste poging dat jaar om zionisme tot racisme te bestempelen. Van 19 juni tot 2 juli 1975 vond de VN-wereldconferentie van het Jaar van de Vrouw in Mexico City plaats. Op de laatste dag van deze conferentie werd de ‘Declaratie van Mexico’ in stemming gebracht en aangenomen. In die verklaring stond onder andere, dat behalve het (neo)kolonialisme, het racisme, de apartheid en het imperialisme ook het zionisme ‘uitgeroeid’ moest worden (Telegraaf 1975).
“Die ‘Declaratie van Mexico’ was ingediend door de 77 ontwikkelingslanden; de ‘Derde Wereld’. De meeste E.E.G.-landen onthielden zich van stemming; de Verenigde Staten, Israël en Denemarken stemden tegen. Eén E.E.G.-land stemde voor… Nederland” (Telegraaf 1975). De verontwaardiging was groot, en vooraanstaande Nederlanders schreven een brief aan de ministers Van der Stoel, Van Doorn en Pronk, die opdracht gegeven hadden voor deze stem (Telegraaf 1975).
Minister Van der Stoel (PvdA) moest zich verantwoorden in de Tweede Kamer. In antwoord op Kamervragen van de Kamerleden Wiegel (VVD), Franssen (PvdA), Kleisterlee (RVP), Van Dam (ARP), Kruisinga (CHU) en Drees (DS’70) zei de minister dat hij niet geloofde dat de Nederlandse steun aan de declaratie Israël verder had geïsoleerd (Trouw 1975). Bovendien woog voor Nederland zwaarder wat er verder in de resolutie stond dan het niet-stemmen op een veroordeling van het zionisme (Telegraaf 1975).
Dit antwoord kon rekenen op brede afkeuring, en bij de volgende poging om zionisme tot racisme te bestempelen – de resolutie in de Algemene Vergadering – stemde Nederland wel tegen.
Propaganda toen en nu
Wat is er nu veranderd in de afgelopen vijftig jaar? Misstanden in Israël waren er destijds ook, en Nederlandse kranten schreven erover, maar zonder te vervallen in de heilige verontwaardiging die nu de boventoon voert. Het grote verschil tussen toen en nu is niet dat er ander nieuws was, of andere beschuldigingen over kolonialisme, apartheid en racisme, vergelijkingen met de nazi’s, en complottheorieën over de geheime macht van Joden achter de schermen.
Het grote verschil is: destijds prikte de gevestigde orde daar nog doorheen. Tegenwoordig gaat een groot deel van de gevestigde orde hierin mee. Wat ooit radicaallinks was, is nu mainstream. Misschien komt dit doordat in de jaren zeventig nog zo duidelijk was dat dit Sovjetpropaganda was, terwijl dezelfde beschuldigingen nu van ngo’s en zelfs van de VN komen.
Verschuivingen in de VN
De reserves die Nederlandse politici in 1975 tegenover de VN hadden, gaven blijk van een helder besef van de nieuwe machtsverhoudingen. De Westerse landen die in het koloniale tijdperk gewend waren dat hun normen en waarden maatgevend waren, kwamen erachter dat dekolonisatie in veel gevallen ook een afscheid van deze normen en waarden inhield. Autoritaire staten vormden al snel de meerderheid in de VN en zij beschouwden mensenrechten vaak niet als een kernwaarde, maar als een politiek wapen dat vooral bruikbaar was tegen het Westen.
Nederlandse politici van destijds zagen de gevaren van deze veranderingen. Nederlandse politici van 2026 beroepen zich op de autoriteit van de VN alsof de Algemene Vergadering bestaat uit respectabele democratieën die samen een onaantastbaar internationaal recht vertegenwoordigen.
Destijds zette Nederland al de eerste stapjes op het hellende vlak door in Mexico principes opzij te zetten voor ‘het grotere belang’, en de schade die dit aan Israël deed te bagatelliseren. Sindsdien stemde Nederland in talloze resoluties mee tegen Israël, meestal niet omdat dit terecht was, maar omdat het politiek opportuun was. Maar de voortdurende herhaling van deze propaganda kreeg een eigen dynamiek en droeg bij aan een dominant narratief over Israël als koloniaal project.
Leren van de geschiedenis
Het is tragisch dat historici als Maarten van Rossem en Omer Bartov zo verzaken, want we zouden veel kunnen leren van deze geschiedenis. We zouden bijvoorbeeld kunnen leren dat politiek opportunisme altijd tot meer verval leidt. We zouden kunnen leren dat buigen voor intimidatie alleen maar meer intimidatie oplevert.
Denk aan de onbeschaamdheid waarmee rapper Bob Vylan een klein jaar na de Amsterdamse Jodenjacht tegen zijn publiek schreeuwde: “Fuck the zionists! Get out there and fight them. Get out there and meet them in the streets. Get out there and let them know that you do not fucking stand by them. Do you understand me?!” Wie de geschiedenis van het ‘antizionisme’ tot zich laat doordringen, zal niet lichtvaardig meegaan in zijn bewering dat dit niet over Joden ging. Maar dat was wel waar het OM genoegen mee nam.
Vijftig jaar geleden beseften Nederlanders dat de Sovjet-Unie uit politiek opportunisme propaganda tegen het zionisme bedreef. En zij begrepen dat de Nederlandse reactie in Mexico eveneens was ingegeven door politiek opportunisme en spraken de regering daarop aan. Inmiddels kennen velen deze geschiedenis niet meer, en politiek opportunisme en propaganda regeren.
Omkering
Het bedrieglijke is de grote omkering. Juist een beweging die overvloedig gebruik maakt van propaganda, intimidatie en opportunisme, claimt morele superioriteit en eist van anderen gehoorzaamheid aan de leer. De agressie van veel pro-Palestinademonstranten en de vreedzaamheid van de pro-Israëldemonstranten is in dat opzicht veelzeggend. Maar de pro-Palestinabeweging biedt een eenvoudig zwart-witverhaal dat perfect aansluit bij de huidige tijdgeest, terwijl de pro-Israëlbeweging met ingewikkelde nuances komt.
Zoals professor Jessica Roitman in haar interview met de Telegraaf zei: “Jongeren zoeken naar zingeving en verlangen naar heldere goed-foutverhalen. In academische kringen wordt tegenwoordig het westerse kolonialisme beschouwd als dé bron van alle kwaad. Kolonialisme heeft de plaats ingenomen van wat vroeger de erfzonde was. En wie is de perfecte zondebok? Niet de Verenigde Staten, Canada, Australië of Nieuw-Zeeland, maar Israël werd hét voorbeeld van een settler colonial state, zoals dit wordt genoemd: een koloniale vestigingsstaat, waarvan in dit geval de Palestijnen het slachtoffer zijn.”
De stelling dat Israël een koloniaal project zou zijn, gaat aan alle kanten mank. Zo is er geen moederland waar de Israëli’s naar terug kunnen keren. De Joodse bevolking stamt grotendeels af van vluchtelingen uit de islamitische wereld, en Israël biedt verder onderdak aan de afstammelingen van Joden die de vervolgingen in Europa en Rusland hebben overleefd. Daarnaast zijn er Israëlische Joden wiens voorouders daar al eeuwen wonen, samen met de Arabieren waarvan twee miljoen afstammelingen nog steeds in Israël wonen.
Het is geen wonder dat veel Joden weigeren afstand van Israël te nemen, want zij zijn meestal beter op de hoogte dan de activisten die schrille beschuldigingen rondbazuinen.
U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org
Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.
