Wat een chaos. Er kwam een onderzoek uit dat zou bewijzen dat Nederlandse media een pro-Israëlbias hebben. Niemand met gezond verstand die dat geloofde, maar iedereen was benieuwd naar de onderbouwing. Tenslotte stond het in Trouw! In De Groene Amsterdammer! Het was bij NPO Radio 1! Vervolgens bleek de methodologische verantwoording een lachertje, en het uiteindelijke ‘volledige onderzoek’ een paniekerige terugtocht. Er is echt een longread nodig om deze puinhoop te beschrijven.

Er verscheen een onderzoek dat zou aantonen dat in de Nederlandse verslaggeving een asymmetrie zit in het voordeel van Israël. De onderzoekers mochten stukken schrijven voor de voormalige verzetskrant Trouw en voor De Groene Amsterdammer. NPO Radio 1 – Mediaforum – deed instemmend verslag van dit onderzoek. Maar wat klopte hiervan?

De methodologische verantwoording van het onderzoek loopt over van cijfers en technische termen. De leek is al snel de weg kwijt en zal vol ontzag denken dat de wetenschappelijke onderbouwing wel ijzersterk zal zijn. Maar een gouden regel bij wetenschappelijke modellen is: de uitkomst van berekeningen is nooit beter dan de gegevens die de onderzoeker heeft ingevoerd.

Wie door het rookgordijn van wetenschappelijk jargon heen kijkt, ziet een onderzoeksopzet die in alles toewerkte naar de stelling die al verpakt zat in de hoofdvraag.

Genocide als uitgangspunt

De onderzoekers vroegen zich af “…hoe Nederlandse nieuwsmedia sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 hebben bericht over de terroristische aanval van Hamas en de daaropvolgende genocide in Gaza.” Zij onderzochten dus niet de journalistieke kwaliteit van de verslaggeving; zij onderzochten in hoeverre deze media hun activistische mening weergaven.

Deze formulering was de eerste wetenschappelijke doodzonde en omdat dit de hoofdvraag was, kon eigenlijk het hele onderzoek meteen al de prullenbak in. Vervolgens stuurden de onderzoekers deze kromme hoofdvraag aan meer dan honderd journalisten van de onderzochte media met het verzoek om hen hierover te mogen interviewen.

Het is geen wonder dat ruim de helft van de benaderde journalisten en redacteuren bedankte voor de eer. Uiteindelijk interviewden de onderzoekers naast de overgebleven groep een zelf geselecteerde groep deskundigen, zonder in de methodologische verantwoording duidelijk te maken welke antwoorden van welke groep kwamen.

Paniek?

En toen verscheen de uiteindelijke versie van het onderzoek. Daarin bleek de hoofdvraag omgeschreven te zijn naar “In hoeverre was er sprake van bias in de Nederlandse berichtgeving over het conflict tussen Israël en Hamas vanaf 7 oktober 2023?” Hocus pocus, en weg was de genocide als uitgangspunt. En dat terwijl de onderzoekers met de oorspronkelijke vraag al die journalisten benaderd hadden.

En het kan nog gekker. Terwijl zowel in Trouw als in De Groene Amsterdammer uitgebreid verslag werd gedaan van gesprekken met deze journalisten – die trouwens ook in de methodologische verantwoording stonden – was van deze interviews niets terug te vinden in de volledige versie. Er staat zelfs geen enkele verwijzing naar deze gesprekken in.

Interviews

In de verantwoording, onder het kopje Thema’s Interviews, is de weerslag van de gesprekken te vinden. Dit gedeelte staat vol met activistische taal zoals: witte/West-Europese blik, Holocaust-schuldgevoel, antisemitisme-angst, zelfcensuur en oude witte mannen. Dit taalgebruik is kenmerkend voor identiteitspolitiek en anti-Israëlactivisme, wat niet vreemd is aangezien deze geïnterviewden geen bezwaar hadden gezien in de activistische uitnodiging.

Onder het kopje Zelflerend vermogen staat de veelzeggende term genocide-omslag. Is het een teken van zelflerend vermogen als media gaan zeggen dat Israël genocide pleegt? Dit zegt meer over de bias van de onderzoekers dan over de media. Ook werd in deze interviews gesproken over CIDI-intimidatie. Intimidatie is bijvoorbeeld bijeenkomsten verstoren, bedreigingen uiten, vernielingen aanrichten bij andersdenkenden en mensen thuis lastigvallen. Het CIDI schrijft, factcheckt en spant soms rechtszaken aan. Dat is geen intimidatie, maar inhoudelijk debat.

Gebrekkige zoektermen

En de bias blijkt ook uit het onderzoek zelf. Die begint al bij de zoektermen: “gaza OR hamas OR (israël AND (palestina OR bezetting OR idf OR netanyahu OR gazastrook)).” Volgens de onderzoekers zijn voorwaarden aan de zoekterm Israël toegevoegd om nieuws over Israël dat niet over de oorlog gaat – voetbalwedstrijden, songfestival – uit te filteren.

De vraag is of hierdoor ook artikelen onopgemerkt bleven die gingen over de agressie en discriminatie waar Israëli’s wereldwijd mee te maken hebben. Hoeveel artikelen over de Amsterdamse Jodenjacht vielen hierdoor weg? Kwamen artikelen over de intimidatie van Eden Golan – de Israëlische deelnemer aan het songfestival – nog terug in de dataset?

En zelfs als dit nieuws met deze zoektermen wel gevonden werd, dan nog is de vraag waarom in de zoektermen woorden ontbraken die artikelen over agressie tegen Israël zouden opleveren. Waarom niets over raketten? Aanslagen? Terreur? Antisemitisme? De zoektermen die aan Israël zijn gekoppeld, zetten het land al in de beklaagdenbank.

Ook blijken de geselecteerde artikelen niet allemaal artikelen te zijn. De onderzoekers lijken geen onderscheid gemaakt te hebben tussen columns, lezersbrieven, blogberichten, artikelen, achtergrondverhalen en (hoofdredactioneel) commentaar.

Israëlisch en Palestijns leed

De onderzoekers wogen ook af in hoeverre media aandacht besteden aan Israëlisch en Palestijns leed. Zij concludeerden dat Palestijns leed veel minder aandacht kreeg dan Israëlisch leed. Iedereen die aandachtig het nieuws volgt, weet dat we al jaren overspoeld worden met Palestijns leed, terwijl Israëlisch leed nauwelijks aan de orde komt. Hoe kon dit onderzoek hierop uitkomen?

In de eerste plaats hierdoor: “…elke vermelding van Israëlische gijzelaars in Israël/Palestina-context wordt als Israëlisch leed beschouwd.” Dat verklaart veel. Dus elke keer dat Israëlische gijzelaars kil genoemd werden als wisselgeld bij onderhandelingen, telden de onderzoekers dit als ‘aandacht voor Israëlisch leed’. Daardoor kon de teller ongetwijfeld aardig oplopen.

In de tweede plaats stelden zij dat Palestijnse slachtoffers minder aandacht kregen dan Israëlische slachtoffers. Daarbij negeerden de onderzoekers dat een groot deel van de Palestijnse doden terrorist was, en dat een opzettelijk vermoorde burger of gijzelaar meer aandacht krijgt dan iemand die omkomt tijdens het uitschakelen van een terreurbasis of lanceerinstallatie.

Maar dit onderzoek is een trage treinramp, dus deed zich een nieuwe ontwikkeling voor.

Nieuwe onthullingen

Nu het volledige onderzoek uit is, blijkt dat Palestijns leed altijd meer aandacht heeft gekregen dan Israëlisch leed. Zélfs direct na 7 oktober, zoals een grafiek op pagina 18 laat zien.

Wie de artikelen in Trouw en De Groene Amsterdammer nauwkeurig terugleest, ziet hoe de onderzoekers deze realiteit wisten weg te moffelen. De auteurs rechtvaardigden hun beweringen over ‘te weinig aandacht voor Palestijns leed’ door het aantal krantenkoppen direct te relateren aan het aantal doden. En aangezien Hamas het veel sterkere Israël dwong tot een oorlog en zich vervolgens achter de burgers van Gaza verschool, vallen er aan Palestijnse kant veel meer doden dan aan Israëlische kant. Scorebordjournalisten voeren dat dan op als bewijs voor de slechtheid van Israël.

Overigens zijn onder het kopje automatische inhoudsanalyse – in de verantwoording: automatische kwantitatieve inhoudsanalyse – de regels aangepast. Ineens tellen Palestijnse gevangenen als Palestijns leed, terwijl dit in de verantwoording niet zo was. Wat de vraag oproept welke regels nu in werkelijkheid zijn toegepast. Dit is toch bedoeld als wetenschappelijk onderzoek?

Wie komt aan het woord?

De volgende deelvraag was: “Welke bronnen krijgen een prominente plek in de artikelen, en in welke bewoordingen worden hun uitspraken weergegeven?” Ook die deelvraag is herzien, en is nu opgesplitst in twee langdradige subdeelvragen die ik u hier zal besparen.

Om de vraag over bronnen te beantwoorden is alleen gekeken naar letterlijke citaten in de kop of in de lead van artikelen. Overigens bleek 40% van deze citaten niet bruikbaar te zijn, wat de vraag oproept hoe representatief de gevonden citaten zijn.

Daarnaast zijn er nog twee problemen. Ten eerste de indeling van de bronnen. Onder Israëli valt niet alleen de Israëlische regering, maar álle Israëlische bronnen, dus ook anti-Netanyahubronnen als Haaretz en oppositiepolitici. Maar in het Trouw-artikel zetten de onderzoekers alle Israëlische bronnen als één bron in een grafiek en schreven erboven: “Zo citeerden zij bijvoorbeeld regelmatig Netanyahu en woordvoerders van het Israëlische leger (zie onderstaande grafiek).” Dat is misleidend.

Ten tweede zijn citaten van Israëlische politici niet altijd positief. Oud-minister Gallant is talloze keren onjuist geciteerd alsof hij geen onderscheid zou maken tussen Hamasterroristen en burgers, terwijl hij dat onderscheid overduidelijk wel maakte.

En is het niet juist genadig om bepaalde Palestijnse bronnen niet te citeren? Denk aan uitspraken van Hamasleiders zoals Ghazi Hamad: “We zullen de aanval van 7 oktober keer op keer herhalen totdat Israël is vernietigd.” Of Ismail Haniyeh: “We hebben het bloed van de vrouwen, kinderen en ouderen in Gaza nodig, zodat het de geest van vastberadenheid in ons wakker schudt.”

Eufemismen

De tweede helft van de vorige deelvraag gaat over de bewoordingen waarin uitspraken worden weergegeven. In het stukje over Taalkeuzes staat: “Eufemismen zijn verzachtende of verhullende formuleringen die de emotionele lading of ernst van een gebeurtenis kunnen afzwakken.”

In bijlage 1 van de verantwoording schreven zij dat omgekomen of gesneuveld eufemismen zijn voor vermoord. Maar omgekomen is een normale term voor het sterven van burgers tijdens militaire acties als die burgers geen doelwit zijn. Ook de term gesneuveld is een gebruikelijke term voor strijders die tijdens een gevecht gedood worden. Vermoorden is opzettelijk iemand doden zonder dat sprake is van gevechtshandelingen.

En alweer bevat de uiteindelijke versie verrassingen. Het lijstje bij de eufemismen is aangepast. Vraag vooral niet naar logica: er staat nu in dat omgekomen, gedood, geliquideerd en gesneuveld allemaal eufemismen zijn voor vermoord. Welja. Geliquideerd is nu een eufemisme voor vermoord. Is dit nog wetenschap?

Overigens kwamen de onderzoekers in het Trouw-artikel met deze bizarre opmerking: “Ook beschreven journalisten geweld tegen Palestijnen bijna drie keer vaker met verzachtende termen. Palestijnse slachtoffers ‘kwamen om’ of ‘vielen’ bij een ‘incident’, terwijl Israëlische slachtoffers werden ‘afgeslacht’ of ‘vermoord’ bij een ‘terroristische aanslag’.”

In feite stelden zij hier dat voor de militaire acties van Israël dezelfde termen moeten worden gebruikt als voor de massamoord door Hamas op 7 oktober.

Genocide als dogma

In bijlage 2 van de verantwoording – Codeerinstructie Genocide – legden de onderzoekers uit dat zij elke keer dat genocide als feit werd vermeld, dit als DAAD classificeerden. Als media over de genocidebeschuldiging schreven zonder een oordeel te vellen, classificeerden de onderzoekers dit als DEBAT.

Uit het volledige rapport blijkt dat zij zo graag artikelen onder DAAD wilden rangschikken, dat één vermelding die als DAAD kan tellen, een heel artikel over DEBAT tot DAAD kan maken (pagina 22). En om de statistiek nog wat verder te vervuilen, telde ook bezwaar maken tegen de term genocide als DAAD (pagina 24 over De Telegraaf). En het kan nog onlogischer.

Een rectificatie van Trouw na onjuiste informatie over uitspraken van het Internationaal Gerechtshof blijkt onder DEBAT te vallen (pagina 11). Trouw had namelijk geschreven dat het ICJ oordeelde dat Israël zich schuldig maakte aan genocide in Gaza. In de rectificatie schreef Trouw: “Dit is onjuist. Het hof oordeelde begin 2024 in meerdere tussenvonnissen dat Israël genocide in Gaza moet voorkomen. (…) De definitieve uitspraak in de zaak tegen Israël volgt nog.” Dit oordeel van het ICJ telde in dit onderzoek dus niet als DAAD, maar als DEBAT.

Wat dan wel weer als DAAD telde: “Ook hebben we het als DAAD gecodeerd wanneer er een gezaghebbend instituut via experts en vaak gebaseerd op onderzoek heeft geconcludeerd dat er sprake is van genocide.” Daarna volgde een citaat van NU.nl dat sinds december 2024 over genocide spreekt op gezag van Amnesty. Uit deze combinatie zou men kunnen concluderen dat Amnesty volgens deze onderzoekers beter kan beoordelen of er sprake is van genocide dan het Internationaal Gerechtshof. Volgt u het nog?

Tegenstrijdigheden

En alsof het rammelende onderzoek zelf al niet chaotisch genoeg is, spraken de onderzoekers zichzelf regelmatig tegen in de artikelen die ze erover schreven. Op pagina 8 van hun verantwoording schreven de onderzoekers: “Voor de vier journalisten die zónder statement vertrokken, woog de Gaza-verslaggeving zwaar mee. Eduard Cousin en Melvyn Ingleby vallen onder deze groep.” Hier staat dus dat Cousin zonder statement vertrok bij de NOS.

Vervolgens was dit de opening van het artikel in De Groene Amsterdammer: “Het is vrijdagochtend 16 mei 2025 en Eduard Cousin typt: ‘Dag collega’s, ik ga de NOS verlaten.’” Waarna in drie alinea’s uitgebreid de inhoud van zijn statement over de Gazaverslaggeving van de NOS werd weergegeven. Deze Cousin is overigens bepaald geen neutrale journalist; hij vertrok naar anti-Israëlstichting The Rights Forum.

Deze chaos valt nog in het niet bij sommige stukjes uit het volledige rapport. Hopelijk is het volledig, want als er nog een vervolg komt, loopt dat waarschijnlijk ook weer uit op een blamage. Weet u wat de slotzin is van het volledige onderzoek? “Ook als er een uitspraak is dat Hamas een genocide pleegt, coderen we dat als OVERIG omdat we hier puur kijken naar het Israëlisch geweld.” Je zou bijna denken dat hier sprake is van bias. Bijna.

Broddelwerk

Het is een aanfluiting dat Trouw en De Groene Amsterdammer dit broddelwerk zo’n platform hebben geboden. En hetzelfde geldt voor de instemmende bespreking op NPO Radio 1. Iedereen die de methodologische verantwoording leest, kan zelf vaststellen wat het niveau van dit onderzoek is. En wie het volledige onderzoek ernaast houdt, krijgt aandrang om rouwkransen te leggen bij de dichtstbijzijnde Nederlandse universiteit.

Dat dit ‘volledige onderzoek’ een paniekerige haastklus was, blijkt overigens ook uit allerlei slordigheden: op pagina 3 staat midden in de tekst nog een onafgemaakte bronverwijzing ‘(@)’, op pagina 23 en 24 is Israël plotseling als ‘Israëll’ gespeld, onder de grafiek van pagina 23 staan stukken tekst dubbel en op pagina 27 ‘concludeerd’ (met een d) internationaal onderzoek hetzelfde als deze klungelende onderzoekers.

Dit is wat er gebeurt als activisten proberen iets te bewijzen wat niet bestaat. Het is verbijsterend dat de Erasmus Universiteit dit faciliteerde. Je vraagt je af of dr. Nel Ruigrok, die dit onderzoek begeleidde, haar studenten nog zoiets als journalistieke normen en waarden bijbrengt. Je vraagt je ook af of ze deze beginners überhaupt begeleid heeft of pas verschrikt heeft ingegrepen na het verschijnen van hun artikelen en verantwoording. Overigens schreef Mediaforum in de toelichting dat ook de journalistenvakbond NVJ hieraan heeft meegewerkt.

Een mens zou bijna gaan wanhopen aan de toekomst van de Nederlandse journalistiek, maar er zijn een paar lichtpuntjes. Aan het eind van het Trouw-artikel staan reacties van de onderzochte media. Zelfs de NOS en NRC hebben kritiek op dit onderzoek en hebben er tot nu toe ook niet over gepubliceerd. Dat geeft de nieuwsconsument moed.

 

U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.