Op 5 mei is bij uitgeverij Ezo Wolf een bundel essays gepubliceerd: Wee hun die het kwade goed noemen. In deze bundel staat de sterke toename van antizionisme en antisemitisme centraal. Op verzoek van historicus Martin Harlaar schreef ik hiervoor onderstaande longread over de rol van de media sinds 7 oktober 2023.

 

Op 18 mei 2025 liepen tienduizenden in het rood geklede demonstranten door Den Haag om de regering Schoof te bewegen tot het ‘trekken van een rode lijn’ vanwege de oorlog in Gaza. Het NOS-achtuurjournaal opende ermee, en bij de kwaliteitskranten was het voorpaginanieuws. Veel betogers demonstreerden voor de eerste keer in hun leven, en voor de NOS-camera zeiden zij: “Ik ben hier omdat ik het vreselijk vind. Iedereen kan zien wat er allemaal gebeurt via alle media, via de televisie… en de regering doet gewoon helemaal niks!”

Op dat moment liep de Nederlandse regering voorop met kritiek op Israël. In de EU ijverde minister Caspar Veldkamp van Buitenlandse Zaken voor een onderzoek naar Israël vanwege mogelijke schendingen van het EU-Israël Associatieverdrag. Al eerder had de regering scherp afstand genomen van de Israëlische ministers Smotrich en Ben Gvir. Ook had Veldkamp de Tweede Kamer beloofd dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu gearresteerd zou worden zodra hij voet op Nederlandse bodem zou zetten. Daarnaast was de regering al lange tijd aan het pleiten voor een staakt-het-vuren en voor meer humanitaire hulp.

Blijkbaar hadden deze trouwe mediavolgers al deze informatie niet meegekregen. Het viel ook op dat het NOS-journaal van die dag nergens dergelijke uitspraken van de betogers aanvulde of corrigeerde, zelfs niet toen universitair docent Nadia Bouras werd geïnterviewd en nadrukkelijk sprak over de ‘genocide’ in Gaza.

Hamas Ministerie van Gezondheid

Wat de NOS wel deed in deze uitzending was informatie van het Ministerie van Gezondheid van Hamas doorgeven. Letterlijk citaat: “Een Rode Lijn door Den Haag vanmiddag, uit protest tegen de aanvallen op Gaza. 464 Palestijnen zijn er deze week door gedood, meldt het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza vandaag, onder wie veel vrouwen en kinderen.”

Wat de NOS wegliet, was in de eerste plaats dat dit ministerie onder leiding van Hamas staat, een terreurgroep die uit propagandaoverwegingen al vaak gelogen heeft over aantallen slachtoffers. In de tweede plaats vertelde de NOS niet dat Israël had gemeld dat die week talloze Hamasterroristen waren gedood, waaronder drie belangrijke leiders en hun escorte, die zich verscholen hadden in een tunnel onder een ziekenhuis.

Een half jaar later was diezelfde NOS woedend op vicepremier Mona Keijzer omdat zij instemde met een spottende opmerking over het gemak waarmee de NOS informatie van het ‘Ministerie van Gezondheid in Gaza’ letterlijk doorgaf. De NOS noemde dit ‘insinuaties’ en gedurende ruim een week spraken NPO-talkshows schande van de uitlatingen van Keijzer. En dat terwijl iedereen, die de moeite neemt om journaals terug te kijken of een zoekopdracht te doen op de NOS-website, talloze voorbeelden kan vinden van dergelijke citaten. Soms staat erbij dat het ministerie ‘door Hamas geleid’ wordt, vaak vermeldt de NOS dit niet.

Breder probleem

De uitzending over de Rode Lijn-demonstratie was kenmerkend voor de NOS-verslaggeving over de Gazaoorlog. Na de hier beschreven opening waren er hartverscheurende beelden van huilende Palestijnse vrouwen, en er was geen enkele informatie over de reden van de Israëlische aanvallen.

Heel even werd genoemd dat Israël de burgerslachtoffers weet aan ‘de tactiek van Hamas’, zonder die tactiek – de bevolking als menselijk schild gebruiken – te benoemen. Deze mededeling namens Israël werd direct gevolgd door de boodschap dat dit ‘volgens steeds meer onderzoekers en deskundigen geen rechtvaardiging was voor aanvallen op de burgerbevolking’. Waarmee meteen de beschuldiging was toegevoegd dat Israël willens en wetens burgers aanviel.

Dit was natuurlijk wat die Rode Lijn-demonstranten bedoelden, toen ze vertelden wat ze allemaal zagen via alle media en via de televisie. In feite deed de NOS die dag verslag van het effect van de eigen berichtgeving. Het effect van die berichtgeving werd nog versterkt doordat de kwaliteitskranten van Nederland grofweg hetzelfde narratief brachten, wat verklaart waarom deze kranten eveneens uitgebreid en instemmend verslag deden van de Rode Lijn-demonstratie.

De Nederlandse Israëlverslaggeving zit diep in de problemen. Om de ernst hiervan ten volle te begrijpen, is het belangrijk om te beseffen wat de functie en de machtspositie van de media zijn, hoe zij die met betrekking tot de Gazaoorlog gebruiken, en wat daarvan de gevolgen zijn.

Positie media

De functie van media is heel eenvoudig samen te vatten: media zijn ons venster op de wereld. Dit geldt zowel voor kwaliteitsmedia als voor internet en roddelblaadjes. Mensen kunnen kiezen door welk venster ze kijken – welke krant, welke programma’s, welke social media-accounts – maar niet kijken is geen optie voor iedereen die iets te weten wil komen van wat buiten het eigen kleine kringetje gebeurt.

De meeste mensen hebben eenvoudigweg niet de tijd om zelf op onderzoek uit te gaan, en vertrouwen dus op wat ‘de media’ vertellen. Zelfs degenen die beweren kritisch naar media te kijken, vormen hun mening naar aanleiding van wat ze te zien krijgen. Wat je niet te zien krijgt, kun je niet weten. Wat je wel te zien krijgt – of je het nu vertrouwt of niet – heeft invloed.

En natuurlijk hebben niet alle media dezelfde status. Om het bij Nederlandse kranten te houden: wie zich bekend maakt als NRC-lezer, kan op meer respect rekenen dan wie zich bekend maakt als Telegraaflezer. Wat de vraag oproept hoe media aan hun status komen.

Van oudsher bouwde een kwaliteitskrant een reputatie op door goede kwaliteit te leveren. Grondig onderzoek doen, hoor en wederhoor toepassen, eerlijk verslag doen zonder een mening op te dringen, fouten rechtzetten, kortom: een werkwijze zoals die is samengevat in de meeste journalistieke codes. Dit is nog steeds een goede methode om vertrouwen van nieuwsconsumenten te winnen, maar het is niet de enige maatstaf om de kwaliteit van een nieuwsbron te beoordelen.

Mensen raden elkaar goede media aan. En al zolang er media bestaan, bevelen autoriteiten bepaalde media aan. In totalitaire staten gaan autoriteiten zelfs zover om onwelgevallige media te verbieden zodat alle overgebleven media een spreekbuis van de overheid zijn. Ook in westerse democratieën oefenen overheden invloed uit op de keuzes van nieuwsconsumenten. Welke media krijgen subsidies en welke niet? Dat heeft invloed op hun bereik. Maar ook: welke media worden aanbevolen in overheidscampagnes? En welke juist niet?

Overheidscampagnes

De Nederlandse overheid lanceert al jaren campagnes om de nieuwsconsument te helpen bij het kiezen van de juiste media. Kajsa Ollongren – destijds minister van Binnenlandse Zaken – overzag in 2019 een campagne tegen nepnieuws en desinformatie. Deze campagne waarschuwde tegen desinformatie op internet en tegen eventuele beïnvloeding door ‘de Russen’. Uit de uitspraken van Ollongren zelf bleek dat de campagne eerder gericht was op het beschermen van de gevestigde orde tegen ongewenste meningen, dan op het beschermen van de bevolking tegen misleidende informatie.

In oktober 2019 stuurde Ollongren een rapport naar de Tweede Kamer waarin Nederlandse media werden ingedeeld in mainstream media en junknieuwsmedia. Hier ontstond enige ophef over, en het rapport verdween naar de achtergrond. Maar de indeling maakte wel duidelijk wat in de ogen van de onderzoekers de status van verschillende media was.

Dit blijkt ook uit de mediawijscampagnes, die vaak expliciet gericht zijn op jongeren. Deze campagnes geven tips om nepnieuws te herkennen, en te beoordelen of een nieuwsbron betrouwbaar is.

Citaat van de website Netwerk Mediawijsheid: “Bekende landelijke of regionale nieuwsmedia controleren hun nieuws. Professionele nieuwsmedia houden zich doorgaans aan de journalistieke regels en controleren gebruikte bronnen. Zij zijn daarop aanspreekbaar, hebben redactiestatuten en veel nieuwstitels zijn aangesloten bij de Raad van de Journalistiek.”

Elke leerkracht zal dit herkennen. Scholieren die werkstukken moeten maken, krijgen doorgaans een lijst met betrouwbare media die geschikt zijn als bron. Scholen en universiteiten zullen NRC en Volkskrant aanbevelen, en de Telegraaf of internetbronnen afraden.

Groepsdenken

Iedereen die tot de betere kringen behoort of daartoe wil behoren, heeft deze adviezen meegekregen. En wie ze niet zelf ter harte neemt, zal merken dat veel respectabele lieden ze wel ter harte nemen. Vervolgens gaat de menselijke aard een woordje meespreken. Wij westerse mensen benadrukken graag dat wij allemaal unieke individuen zijn. We laten ons voorstaan op onze eigenzinnigheid en op kleurrijke aspecten van onze identiteit. Diversiteit is in. Maar op welke gebieden vieren wij die diversiteit?

Als het gaat om kleding, muzieksmaak of exotische liefhebberijen willen we graag uniek zijn, maar als het om meningen gaat, is diversiteit veel minder populair. Mensen zijn sociale wezens. De meeste Nederlanders laten hun mening bepalen door wat in hun omgeving gangbaar is. Wie de juiste media volgt, geldt als goed geïnformeerd. Wie de verkeerde media volgt, diskwalificeert zichzelf als serieuze gesprekspartner. Een afwijkende mening kan zelfs sociale uitsluiting tot gevolg hebben.

Het is niet vreemd dat mensen vanwege voorlichtingscampagnes, sociale druk en tijdgebrek kiezen voor eenzijdige informatie. Bovendien zien zij dit zelf niet als eenzijdig. Zij vinden dat zij zich breed informeren als zij meerdere kwaliteitskranten, de NOS en programma’s als Nieuwsuur volgen. Omdat zij niet weten welke informatie elders rondgaat, denken zij hierdoor goed geïnformeerd te zijn.

Al die overheidscampagnes maken het hen bovendien makkelijk om afwijkende informatie af te doen als nepnieuws of populistische praatjes. Het is maar beter om weg te blijven bij dergelijke gevaarlijke misleiding of ongefundeerde onzin. Zij weten beter, zij weten hoe het zit. Het staat in hun kwaliteitskrant, en ze zien het bij het betrouwbare NOS-journaal. Talloze Nederlanders kiezen zelf voor een langdurig verblijf in een hedendaags Tal der Ahnungslosen.

De Rode Lijn-demonstranten waren voor het grootste deel keurige burgers die zich oprecht zorgen maakten over de situatie in Gaza. Het waren mensen die dachten goed geïnformeerd te zijn, mensen die de juiste media vertrouwden. De media die hen al hun hele leven zijn aanbevolen. Maar wat hebben die media gedaan sinds 7 oktober 2023?

Incidenten?

De uitzending van het NOS-journaal van 18 mei 2025 noemde ik kenmerkend voor de NOS-verslaggeving over de Gazaoorlog. Over die oorlog heb ik sinds 7 oktober 2023 talloze artikelen geschreven die steeds vaker correcties waren op de verslaggeving in de gevestigde media. Maar critici kunnen al die artikelen wegwuiven, want zeg nu zelf: die beschrijven incidenten. Misschien hebben deze media die ene keer relevante informatie weggelaten of per ongeluk onjuistheden verteld, misschien zijn ze die ene keer uitgegaan van het pro-Palestijnse gezichtspunt, maar over het geheel zal de verslaggeving vast wel evenwichtig en betrouwbaar zijn.

Het standaardargument van de NPO-Ombudsman bij klachten hierover is dat er ook klachten zijn van mensen die de verslaggeving te pro-Israël vinden. Als beide kanten klagen, dan zitten de media toch keurig in het midden?

Dit is natuurlijk een drogreden. In de eerste plaats kunnen mensen pas fouten in de verslaggeving aanwijzen als ze elders betere informatie krijgen, en zoals hierboven is toegelicht, krijgen veel mensen die informatie niet. In de tweede plaats zijn niet alle klachten gelijk. Zo is er een groot verschil tussen kritiek vanuit emotie, en kritiek vanuit feitelijke onderbouwing. Het aantal klachten van weerskanten is geen maatstaf; de kwaliteit zou bepalend moeten zijn. Anders zou elke minderheid per definitie het onderspit delven omdat de klachten van de meerderheid altijd groter in getal zullen zijn.

En het argument dat elke terechte klacht slechts een incident zou aantonen, gaat al uit van de veronderstelling dat de gemiddelde kwaliteit van de verslaggeving goed zou zijn, zonder dat te bewijzen. Sterker nog, door elke bewezen misstap als incident te classificeren, komt de bewijslast voor structurele fouten bij de klager te liggen.

Ga als eenzame burger maar eens bewijzen dat de kwaliteit van al die artikelen en uitzendingen, die de honderden medewerkers van de NOS dagelijks produceren, over de hele linie tekortschiet. In feite zou zoiets alleen aangetoond kunnen worden door een goed gefinancierd professioneel onderzoek, maar ondanks alle ‘incidenten’ is voor zo’n onderzoek geen steun.

Onderzoek

Toch bleek het wel degelijk mogelijk om op kleinere schaal een goed afgewogen onderzoek te doen naar de verslaggeving van de NOS over de Gazaoorlog. Wat is namelijk het geval? De NOS is ook hofleverancier van informatie voor de jeugd, en die informatie is een afspiegeling van de totale verslaggeving, maar veel kleiner in omvang. Het gaat hier om de jeugdjournaals die dagelijks worden uitgezonden, en om de kennisfilmpjes die de NOS produceert voor NOS op 3 en NOS Stories.

De meeste Nederlandse scholen gebruiken dit materiaal. Het jeugdjournaal wordt op veel scholen klassikaal gekeken, en de kennisfilmpjes – vaak overgenomen door Schooltv – dienen als verrijkingsmateriaal bij lessen over het Midden-Oosten. Al die kennisfilmpjes bij elkaar vormen een soort online bibliotheek waar scholieren en studenten zich kunnen informeren.

Met een kleine groep vrijwilligers hebben we in september 2025 een rapport gepubliceerd, gebaseerd op analyses van 35 kennisfilmpjes en 45 jeugdjournaals. De geanalyseerde jeugdjournaals zijn allemaal uit de periode van november 2023 tot maart 2025. Van alle jeugdjournaals uit die periode waarin de Gazaoorlog besproken werd, hebben we ongeveer driekwart geanalyseerd. De kennisfilmpjes over het conflict zijn geselecteerd door steeds de filmpjes te kiezen die bovenaan kwamen in de zoekresultaten. Door het analyseren van deze selectie kregen we een goed beeld van de totale verslaggeving.

Nu is een beoordeling altijd afhankelijk van de gehanteerde normen. We hebben het materiaal in de eerste plaats beoordeeld aan de hand van de Code Journalistiek Handelen van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) waar deze content officieel onder valt. Maar omdat die code niet geschikt is om educatief materiaal te beoordelen – zie de argumentatie in het rapport – hebben we daarnaast andere journalistieke codes en de normen voor lesmateriaal gebruikt. Het ging tenslotte om videomateriaal dat op grote schaal wordt ingezet in het Nederlands onderwijs.

Gebreken

Wat leverde ons onderzoek op? Analyses van het materiaal maakten duidelijk dat slechts 12,5 procent redelijk tot goed was te noemen. Dat wil zeggen dat in die kennisfilmpjes en jeugdjournaals feitelijk verslag werd gedaan waarbij geen grove onwaarheden werden verteld en weinig of geen relevante informatie werd weggelaten. Wat hielp was dat het in die gevallen vaak om korte filmpjes en fragmenten ging, soms slechts een halve minuut lang.

De overgrote meerderheid van de filmpjes had dus forse gebreken, en een kwart had zulke ernstige gebreken dat dit materiaal nooit langs de redactie had mogen komen. Bij de langste vijf filmpjes – 15 minuten en langer – was er niet één die redelijk tot goed was te noemen, sterker nog, drie van de vijf vielen in de slechtste categorie.

Wat maakte nu dat dit materiaal niet aan deze normen voldeed? Dat was vooral de creatie van een dwingend narratief. In feite vertelt de NOS niet de ingewikkelde waarheid over dit conflict, maar een sterk vereenvoudigd zwartwitverhaal. In dat verhaal is Israël altijd de dader, en zijn de Palestijnen altijd slachtoffers of dappere opstandelingen. Alles wat niet in dat narratief past, wordt weggelaten of zo terloops genoemd dat het meteen overstemd kan worden door iets wat wel in het verhaal past.

Dit blijkt ook uit de tekortkomingen die we aantroffen. We hebben de meest voorkomende gebreken op een rijtje gezet.

  • Relevante informatie weglaten
  • Onjuiste informatie
  • Geen verschillende visies
  • Onbetrouwbare bronnen
  • Vooringenomen/suggestief taalgebruik
  • Onbewezen beschuldigingen
  • Niet-neutrale organisaties/personen neutraal voorstellen
  • Misleidende beelden
  • Verhullen van terrorisme

Relevante informatie weglaten kwam zo vaak voor dat we er een apart hoofdstuk aan hebben gewijd: hoofdstuk 4, verzwegen feiten. In het Global Charter of Ethics for Journalists (Artikel 3) staat onder andere: “The journalist shall not suppress essential information.”

Deze norm is niet terug te vinden in de journalistieke code van de NPO, maar dat zou eigenlijk wel zo moeten zijn. Want zoals we schreven in de inleiding van hoofdstuk 4 van het rapport: “Een halve waarheid is vaak erger dan een hele leugen, omdat zo’n verhaal geloofwaardig klinkt. Het berust immers op feiten? Vooral mensen met weinig achtergrondkennis die goed van vertrouwen zijn, zullen zo’n halve waarheid snel geloven.”

Dit gedeelte is onder andere van toepassing op die brave burgers in de Rode Lijn-demonstratie die vertrouwden op de aanbevolen media.

Herschrijving geschiedenis Israël

Het weglaten van relevante informatie over het Israëlisch-Palestijns conflict gaat veel verder terug dan de Gazaoorlog. Typerend is de manier waarop de vroegste geschiedenis van de staat Israël beschreven wordt. Zo wordt in de kennisfilmpjes structureel verzwegen dat er altijd Joden in het gebied gewoond hebben, ook in de eeuwen voor de opkomst van het zionisme. Sterker nog, voortdurend wordt de suggestie gewekt dat alle Joden tweeduizend jaar geleden verdreven zijn en ineens na 1850 of zelfs pas na 1948 het land kwamen opeisen. Een paar citaten.

Uit een Schooltv-filmpje: “Na de oorlog besloten internationale leiders dat Joden – die verspreid over de hele wereld woonden – een eigen land moesten krijgen. Een veilige plek om te wonen. En dat was dit gebied in het Midden-Oosten dat tot die tijd nog Palestina heette. Dat werd toen het land Israël. De Joden vonden het een goede plek, want duizenden jaren geleden was hun geloof – het Jodendom – daar ontstaan. Zij waren dus blij. Maar de inwoners van het gebied – de Palestijnen – vonden het oneerlijk, en er brak een oorlog uit.”

Uit een filmpje van NOS Stories: “Rond het jaar 1900 ontstaat het idee voor een eigen staat voor de Joden. Die staat moet hier in Palestina komen waar de Palestijnen dus al wonen. Het is de plek waar het Jodendom duizenden jaren geleden is ontstaan en waarvandaan de Joden ooit zijn verjaagd en vertrokken.”

Uit een filmpje van NOS op 3: “Duitsland vermoordt systematisch zes miljoen Joden. De Holocaust. Daarna vindt vrijwel de hele westerse wereld dat er een veilige plek moet komen voor Joden. Israël. Joden vinden dat ze altijd al recht hadden op dat land, omdat zij daar óók woonden voordat ze werden verjaagd of zelf vertrokken. Maar ja, het is niet zo dat er daarna niemand meer in dat gebied woonde.”

Uit een filmpje van NOS op 3: “Joden geloven dat deze plekken horen bij wat zij “het Beloofde Land” noemen. Deze plek zou door God beloofd zijn aan het Joodse volk. Bovendien, zeggen ze, honderden jaren voor Christus woonden daar ook al Joden in een plek die toen al Israël zou hebben geheten. Met andere woorden: veel Joden vinden dat zij recht hebben op dat land.”

Er waren meer van dergelijke uitspraken, maar dit geeft een indruk. De goed gedocumenteerde Joodse bewoning van het land door de eeuwen heen bestaat in deze filmpjes niet. Zelfs het bestaan van de historische staat Israël waar overvloedig bewijs voor is – zowel in oude geschriften als door archeologische opgravingen – wordt in twijfel getrokken. We konden maar één filmpje vinden waarin de geschiedenis wel correct werd weergegeven, maar dat was van NPO Kennis, niet van de NOS.

Arabische agressie

Iets anders wat structureel werd weggelaten, was de Arabische agressie tegen Israël in 1948. In het eerste citaat hierboven staat: “…en er brak een oorlog uit.” Dat is typerend voor de beschrijving van de Arabische aanval op het pas gestichte Israël, een aanval met genocidale bedoelingen. Nog een paar citaten uit de kennisfilmpjes.

Uit een filmpje van NOS Jeugdjournaal: “Het gaat snel mis tussen Joden en Palestijnen. Er ontstaan gevechten en er is veel geweld, aan beide kanten vallen veel slachtoffers. En in totaal slaan er meer dan 700.000 Palestijnen op de vlucht.”

Uit een filmpje van NOS Stories: “In 1948 wordt Israël opgericht. En zoals je op de kaart ziet, daarbij eindigden Palestijnen met een stuk minder land dan dat ze eigenlijk werd beloofd. Het plannen en oprichten van een nieuwe staat zorgt voor een nieuwe golf aan geweld en doden.”

Uit een filmpje van NOS op 3: “In 1947 komt er een verdelingsplan. Groot-Brittannië wil zich na de Tweede Wereldoorlog terugtrekken uit het gebied en de Verenigde Naties willen het verdelen in een Joods en een Palestijns deel. Dat zien de Arabische landen niet zitten. Een jaar later leidt het tot oorlog. Tijdens deze Arabisch-Israëlische oorlog zijn ruim 750.000 Arabische inwoners verdreven of gevlucht.”

Kijk nog eens naar deze citaten.

  • En er brak een oorlog uit.
  • Er ontstaan gevechten en er is veel geweld.
  • Het plannen en oprichten van een nieuwe staat zorgt voor een nieuwe golf aan geweld en doden.
  • Een jaar later leidt het tot oorlog.

In al deze citaten ontbreekt de agressor: de Arabische landen die de staat Israël in de wieg wilden smoren. Wat ook vaak ontbreekt in het materiaal is de verdrijving van bijna een miljoen Joden uit de islamitische wereld. De Joodse gemeenschappen in die landen hadden daar vaak al eeuwen bestaan, al waren de Joden tweederangsburgers. Nu werden zij verdreven, en de meesten van hen gingen naar het pas gestichte Israël.

Dat het grootste deel van de Joodse Israëli’s van hen afstamt, komt niet voor in het door ons geanalyseerde materiaal. Terwijl alleen al dit feit duidelijk maakt hoe onzinnig het is om Israël een westers koloniaal project te noemen.

1948-1967 Bezetting Gazastrook Westbank

Intussen waren de Westbank, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook bezet door Jordanië en Egypte, maar deze bezetting van 1948 tot 1967 heet in het videomateriaal geen bezetting. Hooguit wordt genoemd dat de Westbank en de Gazastrook ‘bij Jordanië en Egypte hoorden’ of ‘onder Jordaans of Egyptisch gezag vielen,’ en soms wordt zelfs gesuggereerd dat deze gebieden een soort Palestijnse staat vormden. Citaat: “Uiteindelijk werd het land verdeeld in een Israëlisch deel en in Palestijnse gebieden, zoals Gaza en de Westelijke Jordaanoever.”

Ook de etnische zuivering in 1948 van dit Joodse hartland komt nergens aan de orde. Joodse gemeenschappen – vaak eeuwen oud – werden uitgemoord of verjaagd, maar als het over etnische zuivering in 1948 gaat, vertelt de NOS alleen het verhaal van de Palestijnen. En dat terwijl honderdduizenden Arabieren gewoon bleven, en hun nakomelingen Israëlische staatsburgers werden. Op dit moment wonen er ruim twee miljoen Israëlische Arabieren in Israël.

Tijdens de bezetting door Jordanië en Egypte richtte Yasser Arafat de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO op. Weinig mensen weten dat de PLO geen aanspraken maakte op de Westbank en de Gazastrook – artikel 24 van het eerste PLO handvest – zolang die in Arabische handen waren. In de videocontent voor de jeugd was dit natuurlijk al helemaal niet te vinden, terwijl dit juist duidelijk maakt dat het streven naar een Palestijnse staat expliciet gericht was op de vernietiging van Israël.

Ook de plannen voor een 2-statenoplossing worden in het materiaal vaak niet of onvolledig genoemd. Wat vooral ontbreekt, is de voortdurende bereidheid van Israël om vergaande concessies te doen, en de halsstarrige weigering van Arabische en Palestijnse leiders om een Joodse staat te accepteren.

Nog een opvallend verschijnsel: decennia van Palestijns terrorisme – zowel van de PLO als van Hamas en andere groepen – worden vergoelijkt, geminimaliseerd of helemaal weggelaten. De steun van de Palestijnen voor dit geweld wordt ontkend, gebagatelliseerd of niet vermeld.

Koloniaal project

Deze herschrijving van de geschiedenis beïnvloedt de beeldvorming: Israël verandert van een legitieme staat in een koloniaal project en een gewelddadige bezetter.

Als Joden immers geen werkelijke historische verbondenheid met het land hebben, vervalt daarmee hun recht op het land. Als Arabische en Palestijnse agressie tegen Israël wordt weggemoffeld, dan pleegt Israël al tientallen jaren volstrekt ongerechtvaardigd geweld tegen onschuldige Palestijnen. Dan is Israël een schurkenstaat, en zijn Palestijnen weerloze slachtoffers, of – als ze in opstand komen – dappere verzetsstrijders.

Vanuit deze aannames beschrijven de kennisfilmpjes en jeugdjournaals ook het huidige conflict. De weglatingen zijn niet willekeurig. Het gaat steevast om informatie die sympathie voor Israël zou kunnen wekken: vooral informatie die laat zien dat Israël reden heeft om zich te verdedigen.

Focus op leed Gaza

Een week na de gruwelijke aanval van 7 oktober 2023 publiceerde NOS op 3 een uitlegvideo over die zwarte dag. De titel van de video zei al genoeg: De Gazastrook uitgelegd. Een week na de grootste massamoord op Joden sinds de Holocaust vond de NOS het nodig om Joods leed te verhullen, en begrip te kweken voor de daders.

Veelzeggend was een kaart van het gebied die meerdere keren getoond werd in de video.

Op die kaart waren de kibboetsen waar families waren afgeslacht niet te zien. De plek van het Novafestival – waar bijna vierhonderd mensen waren vermoord – stond er ook niet op. Net zo min als de stad Sderot waar het Israëlische leger een ware veldslag had gevoerd met Hamasterroristen, die ook daar moordend waren binnengetrokken.

Wat er wel op de kaart stond? Plaatsen in de Gazastrook waar op 7 oktober niets noemenswaardigs was gebeurd. Misschien hadden er straatfeesten plaatsgevonden toen gijzelaars als oorlogsbuit werden binnengebracht, maar deze feestvreugde heeft de video niet gehaald. Sterker nog, de gijzelaars kwamen helemaal niet voor in deze video. Op het moment van publicatie waren tientallen kinderen gegijzeld. Hun lot bleek niet de moeite van het vermelden waard.

En denk niet dat er andere video’s tegenover stonden die wel uitvoerig verslag deden van het Israëlische leed. Een week na 7 oktober was al zichtbaar wat de trend van de verdere verslaggeving zou zijn. De focus lag op het leed in Gaza, de rol van Hamas was zo klein mogelijk, en alles wat begrip voor Israël kon wekken bleef bijna volledig buiten beeld.

Relevante informatie weglaten

Een belangrijk onderdeel was het structureel weglaten van de oorlogsdoelen van Israël. Alleen maar eindeloos oorlogsgeweld opsommen zonder te vermelden dat Israël vocht om de gijzelaars te bevrijden en Hamas uit te schakelen, schiep een beeld van zinloos geweld. Die opsommingen gingen overigens steevast vergezeld van dodencijfers die afkomstig waren van Hamas, waarbij (Israëlische) informatie over gedode terroristen werd weggelaten.

Het leed van de gijzelaars en hun families bleef bijna volledig buiten beeld, zelfs als er gijzelaars terugkwamen die verschrikkelijk geleden hadden.

De dreiging van Hamas leek niet te bestaan, al zijn er na 7 oktober talloze raketten uit Gaza afgeschoten, zijn honderden Israëlische soldaten omgekomen in Gaza, en hebben Hamasleiders interviews gegeven waarin ze zwoeren de aanvallen te herhalen totdat er geen Israël meer zou zijn.

Het leed van de bevolking van Gaza stond centraal en werd uitsluitend aan het handelen van Israël geweten, niet aan het handelen van Hamas. Ook was er niet of nauwelijks aandacht voor alle moeite die Israël deed om de burgerbevolking van Gaza te beschermen.

Onbetrouwbare bronnen

Veel informatie in het videomateriaal komt van onbetrouwbare bronnen, zoals Hamas, Al-Jazeera of burgerjournalisten, die in wezen Hamaspropagandisten zijn.

In december 2023 presenteerde het jeugdjournaal drie propagandisten als heldhaftige journalisten. Twee van de drie hadden zes weken eerder aantoonbaar valse informatie gegeven over een vermeend Israëlisch bombardement op een ziekenhuis, waarbij honderden doden zouden zijn gevallen. Het bleek om een teruggevallen raket van Palestijnse terroristen te gaan: het ziekenhuis stond er nog, en het dodental was hooguit enkele tientallen. De derde ‘journalist’ was ook een Hamaspropagandist, en er zijn verdenkingen dat hij op 7 oktober betrokken was bij de aanval in Israël.

Het NOS-team in Israël kon dit allemaal weten. Dat weerhield het jeugdjournaal er niet van om deze lieden in het zonnetje te zetten. Zowel in de kennisfilmpjes als in de jeugdjournaals kwamen vaker dergelijke dubieuze figuren aan het woord.

Onwaarheden

Wie zulke bronnen gebruikt, loopt ernstig risico onwaarheden een podium te geven. Maar zelf aantoonbare onjuistheden vertellen, gaat nog een stap verder. Ook dit gebeurde op grote schaal. Sommige onwaarheden leken klein – doen alsof de Arabieren in het gebied zich al voor 1948 Palestijnen noemden – andere waren groter, en vooral opvallend omdat ze zo vaak herhaald werden.

Bijvoorbeeld de bewering dat de grens van Gaza voor 7 oktober volkomen afgesloten was door Israël. In meerdere filmpjes en jeugdjournaals werd de term ‘potdicht’ gebruikt. Maar die grens was helemaal niet potdicht. De VN houdt cijfers bij van het personenverkeer over die grens, en elke maand gingen tienduizenden Gazanen de grens over naar Israël, en nog eens duizenden naar Egypte. En ja, er was grensbewaking. Niet zo verwonderlijk, gezien alle terreur vanuit Gaza. Dat was de reden dat ook Egypte – vaak niet genoemd – de grens streng bewaakte.

Behalve herhaalde onwaarheden waren er ook incidentele onwaarheden. Een Unicef-medewerkster die in een jeugdjournaal beweerde dat het ‘alsmaar’ regende in Gaza, terwijl het weerbericht aantoonde dat het op dat moment al weken nauwelijks geregend had, één nachtelijke bui uitgezonderd. De regenachtige beelden die de NOS van Unicef gekregen had, dateerden van twee maanden eerder.

Een nog dubieuzere onwaarheid: een uitspraak van de Amerikaanse president Joe Biden die zo geknipt en ondertiteld was, dat hij iets heel anders ging betekenen. Dit was in mei 2024 na de aanklacht tegen Israël bij het Internationaal Strafhof. Biden zei fel dat Israël er alles aan doet om de burgerbevolking van Gaza te beschermen, en dat er geen sprake is van genocide. Dat Israël volgens hem geen genocide pleegt, werd eraf geknipt. Het gedeelte over bescherming van de burgerbevolking haalde wel het jeugdjournaal, maar dan met de ondertiteling dat Israël de eigen bevolking beschermde, wat de betekenis van zijn uitspraak natuurlijk omdraaide.

Dit was een van de gevallen waarbij wij als makers van het rapport er niet meer in slaagden om kwade wil uit te sluiten.

Misleiding

Dat probeerden we echt wel. Zo was er een kennisfilmpje waarin beweerd werd dat de VS Israël al vanaf 1948 steunden, een bewering die overigens vaker terugkwam. Dit is natuurlijk niet waar. Er was een wereldwijd wapenembargo dat door de VS streng gehandhaafd werd. Amerikaanse veteranen die stiekem wapens naar Israël smokkelden, kregen de FBI achter zich aan. Maar deze bewering kon natuurlijk gewoon onwetendheid zijn, en dus slechte journalistiek.

Lastiger werd het toen NOS op 3 als ‘bewijs’ van deze stelling een fragment van een interview met de Amerikaanse oud-president Truman hierop liet volgen. In dat fragment beweerde Truman dat de Amerikanen ‘de Israëlische regering in Palestina hadden opgezet en wat Arabieren hadden weggehaald, waarna de Joden een regering hadden gevormd.’

Het kostte even moeite om de bron van dit verbijsterende filmpje te vinden, maar het bleek om een interview te gaan dat jaren later was opgenomen, en waarin Truman niet erg waarheidsgetrouw was geweest. De NOS-redactie had dus wel degelijk onderzoek gedaan, en was hiermee op de proppen gekomen. Was het nog mogelijk om dit geen kolossale leugen te noemen?

Jawel, met flink wat moeite is dit te verklaren zonder de NOS van leugens te beschuldigen. Een NOS-redacteur die zich in activistische kringen beweegt, kan dat filmpje op internet zijn tegengekomen, en gedacht hebben dat hij/zij nu hard bewijs had dat Israël toch echt een koloniaal project van de VS is. Vervolgens heeft het hele team hier geen vraagtekens bij gezet, geen feiten gecheckt, en het online gegooid voor de Nederlandse jeugd. Dan is er sprake van slechte journalistiek en vermoedelijk van activisme. Dus geen bewuste leugen. Aan de andere kant, wat heeft de Nederlandse jeugd daaraan? Het resultaat is misleiding.

Geen incidenten

De hierboven genoemde voorbeelden zijn natuurlijk maar een fractie van het totaal, en elk afzonderlijk kunnen ze gerubriceerd worden onder het kopje incidenten. Maar dat is dus waarom we zoveel materiaal hebben geanalyseerd.

We vonden geen incidenten die in het voordeel van Israël uitpakten, geen onwaarheden of weglatingen die fouten van Israël toedekten en de Palestijnse zaak schade deden. Dat maakt dat wij de stelling van de NPO-Ombudsman – er komen ook klachten dat de verslaggeving te pro-Israël is – niet heel overtuigend vinden. Laat die klagers maar met voorbeelden komen, wij zijn benieuwd.

Overigens hebben alle ‘kwaliteitsmedia’ categorisch geweigerd om ons rapport (kritisch) te bespreken, dus ook van die kant is er geen weerlegging van onze bevindingen gekomen.

Stroom van beschuldigingen

Intussen gaan al deze media nog steeds door op de ingeslagen weg. Het meest deprimerend is wel hoe zij in staat zijn een onafgebroken stroom van berichten te produceren, die steeds weer hameren op de slechtheid van Israël en het slachtofferschap van de Palestijnen.

De vloed van beschuldigingen maakt het bijna ondoenlijk om de beweringen te controleren en eventueel te weerleggen. Voordat goed is uitgezocht wat er is voorgevallen, zijn er alweer drie nieuwe verhalen – vaak afkomstig van Hamaspropagandisten – de wereld in geslingerd. Een goed voorbeeld hiervan is de ophef over vermeende moordpartijen bij voedseluitdeelpunten in Gaza.

Op 1 juni 2025 sloegen media wereldwijd alarm: Israël zou tientallen Palestijnen gedood hebben die op weg waren om voedsel te halen. De kop bij de NOS was: Tientallen hulpzoekenden gedood in Rafah, Israël ontkent verantwoordelijkheid. Het hele stuk ging al uit van de schuld van Israël, al ontkende Israël stellig en was het ook verder nogal een vreemd verhaal.

Israël en Hamas waren op dat moment verwikkeld in een strijd om de voedselhulp. Voor Hamas was de voedselhulp een middel om de bevolking te controleren en bovendien een bron van inkomsten. Een tijdelijke blokkade van de hulp had Hamas al grote financiële problemen bezorgd, en vervolgens startte een Amerikaanse organisatie (GHF) voedselhulp in samenwerking met Israël, dus buiten Hamas om.

De terreurgroep protesteerde hevig, en de VN en veel ngo’s – die samenwerkten met Hamas – spraken er schande van. Toen Israël bleef samenwerken met GHF verbood Hamas de bevolking om gebruik te maken van deze hulp. De terreurgroep waarschuwde dat iedereen die niet gehoorzaamde ‘de prijs zou moeten betalen,’ en dat Hamas ‘zo nodig maatregelen zou nemen.’ Kort samengevat: voor Israël was het belangrijk dat dit project zou slagen, terwijl Hamas al had aangekondigd het te zullen saboteren.

Hamaspropaganda doorgeven

Maar zodra door Hamas gecontroleerde bronnen wilde beschuldigingen naar buiten brachten over een Israëlische massamoord bij zo’n voedseluitdeelpunt, gingen de NOS en de Nederlandse kwaliteitskranten tegen alle logica in mee in dit verhaal, en ondersteunden het met verdere verdachtmakingen.

Blijkbaar vonden ze het heel geloofwaardig dat Israël zich zo in eigen voet zou schieten, en kwam het niet bij ze op dat Hamas alle reden had om de hulp van GHF te dwarsbomen. Israël beloofde een onderzoek, en daarmee had de rust even terug kunnen keren, maar dat gebeurde niet. Voordat Israël tijd had gehad om de zaak te onderzoeken, kwamen er nieuwe berichten over slachtpartijen.

Wekenlang waren er bijna dagelijks spectaculaire verhalen over massamoorden door Israël op Palestijnen die voedselhulp kwamen halen. Toen zelfs de Israëlische krant Haaretz met sensationele koppen kwam over de moordlust van IDF-soldaten bij voedseluitdeelpunten in Gaza, zocht ik de zaak uit en schreef er een artikel over. In dat artikel maakte ik een lijst van tientallen beschuldigingen die de NOS hierover in liveblogs gepubliceerd had, en ik zette de bronnen erbij. Alle bronnen stonden onder controle van Hamas of van bondgenoten van Hamas.

Tegengeluid te weinig en te laat

Een paar keer meldde de NOS dat er Palestijnse burgers waren die zeiden dat Hamas op de mensen schoot, maar die paar mededelingen vielen in het niet bij de talloze schrille beschuldigingen tegen Israël. Weken beheerste dit het nieuws over Gaza.

Later kwam Israël met onderzoeksresultaten en concludeerde dat er een paar incidenten waren geweest waarbij IDF-soldaten Palestijnen hadden neergeschoten bij pogingen om de orde te handhaven. Het ging om minder dan dertig slachtoffers en de werkwijze was aangepast om herhaling te voorkomen. De Israël-kritische media en politici zagen dit als een bekentenis van Israël, die bovendien zou bewijzen dat alle berichten van Hamas over meer dan duizend slachtoffers door Israëlisch vuur zouden kloppen.

Dit is typerend voor de berichtgeving over het conflict. Het is een tactiek die bekend staat als flooding the zone with shit: produceer zoveel heftige beschuldigingen dat je de tegenstander voortdurend in de verdediging dringt. De hoeveelheid beschuldigingen zal het publiek langzaam overtuigen, terwijl de beschuldigde altijd achterloopt met het weerleggen ervan. Hamas kan deze tactiek alleen maar succesvol toepassen dankzij de medewerking van westerse media.

Colonna-rapport

Deze media nemen al heel lang hun eigen journalistieke codes niet meer serieus. Ze brengen verhalen van onbetrouwbare bronnen en passen geen hoor en wederhoor toe. Ze maken geen onderscheid tussen feiten en meningen, en kiezen duidelijk partij terwijl ze beweren onpartijdig te zijn. Ze controleren de feiten niet, en rectificeren niet als later blijkt dat ze fouten hebben gemaakt. Zelfs als de bewijzen overvloedig zijn, zetten ze fouten niet recht.

Een duidelijk voorbeeld van dit laatste is de verslaggeving over het Colonna-rapport.

Dit rapport over UNRWA – de hulporganisatie voor Palestijnen – kwam uit in april 2024. UNRWA was in opspraak gekomen omdat UNRWA-medewerkers deelgenomen zouden hebben aan de aanval van 7 oktober 2023. Klachten hierover vonden geen gehoor, totdat het Amerikaanse congres besloot een paar organisaties met goed onderbouwde kritiek uit te nodigen. Hun getuigenis in januari 2024 deed zoveel stof opwaaien dat veel westerse landen meteen hun donaties aan UNRWA pauzeerden.

Twee commissies moesten onderzoek doen naar de problemen, en de commissie Colonna kwam als eerste met een rapport. Deze commissie had de werkwijze van UNRWA onderzocht, en had forse kritiek op de gevonden gebreken. Maar de aandacht van de media ging uit naar één regeltje in het rapport: Israël had geen bewijsmateriaal geleverd dat er UNRWA-medewerkers betrokken waren geweest bij de aanval van 7 oktober.

Geen rectificatie

Nu was dit niet waar de commissie Colonna onderzoek naar had gedaan, en dus ook niet iets waarover Israël de commissie had moeten informeren. Dit was het terrein van een andere commissie, die ingesteld was door OIOS, een interne VN-organisatie. Israël leverde keurig bewijsmateriaal aan de OIOS-commissie die in augustus 2024 met een rapport kwam, waarin geconcludeerd werd dat een tiental UNRWA-medewerkers inderdaad had meegedaan aan de aanval van 7 oktober.

Dit OIOS-rapport heeft vrijwel geen aandacht gekregen in de Nederlandse kwaliteitsmedia. Wat ook geen aandacht kreeg, was de persconferentie die Catherine Colonna kort na het uitbrengen van haar rapport gaf, en waarin ze heel duidelijk maakte dat haar rapport hier niet over ging, en dat het OIOS-rapport hier uitsluitsel over zou geven. Maar in talloze media was de conclusie al getrokken: UNRWA trof geen blaam, en Israël had gelogen.

Het deprimerende van dit nepnieuws is dat het prominent in alle ‘kwaliteitskranten’ stond, en uitgebreid verkondigd is bij de NOS, Nieuwsuur en andere programma’s. Zelf heb ik over onder andere dit nepnieuws een officiële klacht ingediend, waarna ik ontdekte dat het zogenaamde toezicht op de NPO een wassen neus is. De NPO-Ombudsman ging niet eens op de inhoud van de klacht in, en ook bij het Commissariaat voor de Media kreeg ik geen gehoor.

Denk nog even terug aan die Rode Lijn-demonstranten: hoe hadden zij ooit te weten kunnen komen dat UNRWA-medewerkers deelnamen aan de gruwelen van 7 oktober 2023?

Machtige media in de slachtofferrol

Wie dit alles in overweging neemt, kan alleen maar heel cynisch worden over de reacties vanuit Nederlandse media zodra mediakritiek iets verder komt dan machteloze klachten van individuele burgers. Denk aan de reacties op de tweet van vicepremier Mona Keijzer over het overnemen van informatie van het Hamas Ministerie van Gezondheid. Haar kritiek op de NOS werd breed veroordeeld als een ‘aanval op de vrije pers’ of zelfs ‘ondermijning van de democratie’.

Dat het hier ging om een minister van een kleine anti-establishment partij in een demissionair kabinet deed er niet toe. Mona Keijzer werd afgeschilderd als iemand die haar macht misbruikte, en de NOS werd geportretteerd als een dappere tegenkracht die de macht controleert. De vraag of het waar was wat Keijzer zei, kwam niet aan de orde.

De media die in al die overheidscampagnes worden aanbevolen, hebben een sterke machtspositie verworven. Ze kunnen ongestraft hun eigen journalistieke normen negeren, en blijven toch als betrouwbaar bekend staan. Wie nog denkt dat zij niet op grote schaal het publiek misleiden, zou moeten beseffen hoe absurd het was dat op 5 oktober 2025 – nadat Israël de wapenstilstand had bekrachtigd en Hamas nog weigerde – een kwart miljoen Nederlanders in rode kleren betoogde tegen de ‘agressie’ van Israël. De invloed van deze media is huiveringwekkend groot.

Motieven media

Hoe kan het toch dat zij ervoor kiezen om zo verbeten actie te voeren tegen Israël?

Het is te simpel om dit meteen te wijten aan antisemitisme. Natuurlijk valt niet uit te sluiten dat sommige journalisten Jodenhaters zijn, en dat zij een rol zullen spelen in het aanjagen van dit activisme. Maar de weg naar antisemitisme is zelden rechtstreeks. Morele verwording begint meestal met een langzaam, bijna ongemerkt verval. Met kleine stapjes op het hellende vlak.

Zo lijkt het niet immoreel om mee te gaan in modieuze ideologieën, zoals het versimpelen van elk conflict tot een dader-slachtoffer verhaal. Al iets bedenkelijker wordt het verder verwringen van de realiteit door het toepassen van identiteitspolitiek op Israël en de Palestijnen. De staat Israël – met een forse Arabische minderheid en Joden die grotendeels uit de islamitische wereld stammen – wordt dan de ‘witte’ bezetter, terwijl de Palestijnen – vaak ook afstammelingen van recente immigranten – de ‘inheemse’ onderdrukten zijn.

Weinig journalisten lijken te beseffen dat ze hiermee Sovjetpropaganda napraten. Of misschien beseffen ze dat wel, maar zijn ze het ermee eens.

Een andere neiging die op zich onschuldig lijkt, is verbinding zoeken met minderheden. Na 7 oktober 2023 gingen veel Nederlandse moslims de straat op om tegen Israël te betogen, en progressieve demonstranten liepen met hen mee. Progressieve journalisten moesten kiezen tussen neutrale berichtgeving of aansluiting bij hun eigen sociale kringen.

En dat terwijl er tegenwoordig toch al discussie is over de noodzaak voor media om neutraal te blijven. Wie de verslaggeving over de Gazaoorlog bekijkt, ziet dat journalisten zich steeds vaker als opiniemakers gedragen. Telkens een stapje verder weg bij die journalistieke codes die ooit zijn opgesteld door mensen die begrepen wat de zwakheden van de menselijke aard zijn.

En zelfs nu het samenspel van al deze factoren en de bijkomende groepsdruk leiden tot activistische journalistiek die Israël demoniseert, zelfs nu nog wil dat niet zeggen dat al deze journalisten Jodenhaters zijn. Maar al komt de negatieve verslaggeving niet voort uit antisemitisme, zo langzamerhand begint de campagne tegen Israël alle kenmerken van antisemitisme te vertonen.

Oude patronen

De bizarre focus op Israël is veelzeggend. Vergelijkingen met Soedan of Iran maken duidelijk hoe makkelijk grote aantallen burgerslachtoffers genegeerd worden als de slachtpartijen elders plaatsvinden. No Jews, no news, luidt het cynische gezegde.

Nog veelzeggender is het gemak waarmee leugens over Israël geloofd worden en doorgegeven. Dit doet denken aan de gretigheid van de oude beschuldigingen tegen Joden die vaak aanleiding waren voor pogroms. Met name de talloze verhalen dat Israël het speciaal op Palestijnse kinderen voorzien zou hebben, lijken op de oude bloedsprookjes over Joodse moordenaars van christelijke kinderen.

Denk aan het spectaculaire voorpagina-artikel in de Volkskrant – deels overgenomen van de New York Times – waarin ruim baan werd gegeven aan beschuldigingen van activisten dat IDF-scherpschutters het speciaal op kleine kinderen voorzien zouden hebben. Er is geen enkele feitelijke onderbouwing voor dit verhaal, en de Volkskrant schond de eigen journalistieke normen door de betrouwbaarheid van de activisten niet te onderzoeken, door de kritiek van experts op het NYT-artikel niet te weerleggen, en door geen weerwoord toe te staan.

In progressieve kringen geldt dit nu als waarheid. GroenLinks/PvdA-leider Frans Timmermans stond in de Tweede Kamer met het Volkskrantartikel te zwaaien.

Resultaat

De gevolgen van dergelijke verslaggeving zijn duidelijk.

Al lang voor 2023 brokkelde de populariteit van Israël in Nederland af, en sinds oktober 2023 is de neergang dramatisch. Inmiddels blijkt uit opiniepeilingen dat de meeste Nederlanders de Israëlische aanpak in Gaza veroordelen, en dat een groot deel sancties tegen Israël ondersteunt. Ook na de wapenstilstand van oktober 2025 is het negatieve beeld van Israël niet verbeterd. Dit probleem speelt in de hele westerse wereld, en dat is niet verwonderlijk, gezien het feit dat ook in andere westerse landen media vaak dezelfde lijn volgen.

En de negatieve beeldvorming over Israël heeft meer gevolgen dan de groeiende verwijdering tussen Israël en veel westerse landen. Deze beeldvorming heeft ook gevolgen voor de Joodse burgers van die landen. Joden worden aangesproken op de vermeende misdaden van Israël, en wie geen afstand neemt van Israël, is al snel een zionist die medeplichtig is aan alles wat deze ‘schurkenstaat’ doet. Joden weten vaak beter, en staan dan voor een dilemma. Gaan zij mee in de afkeuring van Israël om zelf acceptabel te blijven? Of spreken zij tegen?

Nederlandse Joden die weigeren afstand van Israël te nemen, krijgen te maken met afwijzing en uitsluiting. Zij verliezen vrienden. Sommigen spreken zich hierover uit, de meesten trekken zich terug en delen hun verdriet en zorgen hooguit met andere Joden. Ze denken terug aan de oorlogsverhalen van hun ouders en grootouders, en vragen zich af hoelang ze nog in Nederland kunnen blijven. Dat is geen overgevoeligheid, maar nuchterheid.

Taboe op antisemitisme

We zouden er bijna aan gewend raken, maar het regent van die kleine berichtjes over discriminatie van Joden en Israëli’s. En niets van dat alles mag antisemitisme heten.

Dat alleen Israëlische universiteiten geboycot worden, is geen antisemitisme. Net zo min als de exclusieve boycot van Israëlische bedrijven, kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, sporters, toeristen en evenementen. Zelfs een boycot van Joodse Nederlanders valt niet onder antisemitisme zolang het nog mogelijk is dit antizionisme te noemen. En dat blijkt vrijwel altijd mogelijk.

We zijn eraan gewend dat Joodse scholen en synagogen beveiligd moeten worden. Dat Joden geen feesten kunnen vieren zonder dat er intimiderende demonstranten op afkomen. Dat Joodse samenkomsten op geheime locaties moeten plaatsvinden, en dat daar steevast beveiliging voor de deur staat.

Toen in november 2024 in Amsterdam tientallen Israëli’s opgejaagd en mishandeld werden terwijl hun achtervolgers euforisch riepen op Jodenjacht te gaan, was er even schrik over dit geweld. Maar binnen een week was het narratief omgedraaid: de Maccabi-fans hadden het geweld aan zichzelf te wijten, en de echte slachtoffers van deze onlusten waren toch eigenlijk de Marokkaanse Amsterdammers.

In december 2025 vond Medialogica het nodig hier nog een uitzending aan te wijden, die concludeerde dat Nederland zich beet had laten nemen door Israëlische propaganda. Medialogica probeerde zoveel mogelijk schuld bij de Maccabi-fans te leggen, en twijfel te zaaien over de daden van de aanvallers.

Aan deze uitzending werkte de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema mee. Diezelfde Halsema moest kort daarna kleur bekennen nadat een Brits schandaal het noodzakelijk maakte dat zij vertelde wat er werkelijk gebeurd was tijdens de Amsterdamse Jodenjacht. Maar waag het niet om Femke Halsema antisemitisch te noemen; deze beschuldiging zal zij ver van zich werpen.

Dankzij de herinnering aan de Holocaust kleeft er nog altijd een stigma aan antisemitisme, en alleen al de verdenking is een belediging. Waar nauwelijks waarneembare ‘micro-agressies’ al leiden tot racismeverwijten, roept het benoemen van antisemitisme eerder verontwaardiging op. De term antisemitisme wordt steeds meer gezien als een truc van Israël om kritiek te pareren, en van Joden om de ‘slachtofferkaart’ te kunnen trekken. Langzamerhand raakt de term in onbruik, behalve voor rechtsextremisten die de Hitlergroet brengen of openlijk hun steun aan de nazi’s betuigen.

Maar als geweld tegen Joden net zo lang wordt verdraaid totdat het de schuld van de Joden is, en als Israëlkritiek een eufemisme wordt voor regelrechte demonisering van de Joodse staat, is dat dan nog steeds geen Jodenhaat? Als antisemitisme zo gedefinieerd wordt dat niets nog Jodenhaat is, dan is antisemitisme genormaliseerd. Dan is het de nieuwe norm geworden, die alleen de oude naam afwijst.

Dat hippe antizionisme waar onze media vol van zijn, stinkt naar duistere tijden.

 

U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.