Na de Holocaust kreeg Jodenhaat een slechte naam, en werden bloedsprookjes verbannen naar verachte uithoeken van de samenleving. Nu maken we een heropleving van Jodenhaat mee, en die gaat samen met de erosie van journalistieke integriteit. Zowel de Nederlandse kwaliteitsmedia als de ooit eerbiedwaardige New York Times helpen een klimaat te creëren waarin Jodenhaat weer salonfähig wordt.

 

In de Middeleeuwen gingen bloedsprookjes rond over Joden. Het bekendste bloedsprookje is het in allerlei vormen terugkerende verhaal dat Joden christelijke kinderen zouden vermoorden om hun bloed te gebruiken om matses te bereiden, het traditionele brood dat Joden tijdens Pesach (Pasen) eten. Vandaar bloedsprookje.

De bloedsprookjes in de Middeleeuwen vertelden gruwelijke, demoniserende verhalen over Joden, en waren vaak aanleiding voor pogroms. Een vast thema was dat Joden het op weerloze onschuldigen voorzien hadden. Wij zien onszelf graag als meer verlicht dan onze voorouders, maar de feitenvrije laster die nu rondgaat over Israël, vertoont verdacht veel gelijkenis met de oude bloedsprookjes.

Context

De hedendaagse bloedsprookjes zijn niet meer beperkt tot beduimelde antisemitische blaadjes, ze zijn te vinden in onze gevestigde media. Nu.nl presenteerde deze week drie bloedsprookjes in één artikel blijkbaar in een poging om ‘context’ te geven bij de verschijning van een schokkend Israëlisch rapport over de gruwelen die Hamas beging op 7 oktober 2023.

Laat ik ook even wat context geven. Het Israëlische rapport is gebaseerd op meer dan 10.000 foto’s en video’s: in totaal meer dan 1800 uur videomateriaal, soms online gezet door Hamas zélf. Dit bewijsmateriaal is aangevuld met meer dan vierhonderd getuigenverklaringen van overlevenden, getuigen, vrijgelaten gijzelaars, deskundigen en familieleden.

In contrast daarmee zijn de bloedsprookjes gebaseerd op slecht onderbouwde verhalen van Israëlhaters.

Seksueel geweld tegen vrouwen in Gaza

Het oudste bloedsprookje van Nu.nl dateert van maart 2025. Destijds kwam een rapport uit van de dubieuze Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC) die zoals gewoonlijk niet bij name werd genoemd. ‘De VN zegt’ is de gebruikelijke gezaghebbende frase, en diezelfde frase kwam ik ook tegen toen ik onderzoek deed naar de informatie die de NOS produceert voor de jeugd.

NOS Stories maakte namelijk een filmpje over dit ‘rapport’, en dus las ik het en ging ik de beschuldigingen na. Nederlandse media zouden zo’n rapport overigens ook kunnen checken (tip). Voor een uitgebreide bespreking, zie analyse 15 in bijlage 1 van het rapport Wat leren we onze kinderen. Nog los van de openlijke Israëlhaat bij UNHRC (zie de analyse) waren de ergste beschuldigingen niet onderbouwd.

Een voorbeeld: als IDF-soldaten vrouwen in Gaza vragen hun sluier af te doen – een vrij normale veiligheidsmaatregel in oorlogsgebied om eventuele terroristen te identificeren – dan telde dat volgens dit rapport als seksueel geweld. Een ander voorbeeld: in het hele rapport was niet één vrouw geïdentificeerd die verkracht zou zijn door Israëli’s, alles draaide om verhalen uit de derde hand. Toch stelde het rapport dat er sprake was van ‘systematische verkrachtingen’.

Marteling Palestijnse kinderen

Het tweede verhaal van Nu.nl is nog vrij nieuw. Save the Children kwam met zware beschuldigingen over massale martelingen en seksueel misbruik van Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen. NRC bracht dit bloedsprookje, en NOS, Volkskrant en Trouw namen het kritiekloos over. Israël dat gruweldaden tegen Palestijnse kinderen begaat? Dat moet wel waar zijn.

Maar wat waren de bewijzen van Save the Children? Het rapport baseert zich op interviews met 165 minderjarige Palestijnen die in Israëlische gevangenissen zaten – meestal oudere tieners die aanslagen pleegden of stenen gooiden – aangevuld met verklaringen van ouders, hulpverleners en advocaten. Het zijn verhalen. Verhalen van een groep die al deelneemt aan geweld tegen Israël.

Save the Children citeert geen medische onderzoeken, er zijn geen foto’s van verwondingen of littekens, er zijn geen belastende verklaringen van Israëlische klokkenluiders of van wie dan ook. Dat wil niet zeggen dat elke beschuldiging per definitie onwaar is, maar is een klein beetje ondersteunend bewijs al te veel gevraagd?

Verkrachtende honden

Het derde verhaal is van afgelopen week. Het bevatte zelfs beschuldigingen over honden die getraind waren om Palestijnen te verkrachten, en het verscheen in de New York Times. Voor het hondenverhaal is geen schijntje bewijs, zoals ook een van de ‘bronnen’ van dit verhaal zelf in een interview toegaf. Ook de verdere beschuldigingen in het stuk zijn afkomstig van anti-Israëlactivisten.

Voor wie zegt dat bewijs voor dergelijke misdaden moeilijk te leveren is: dat klopt. Maar extreme beschuldigingen zouden op z’n minst geloofwaardig gemaakt moeten worden door ondersteunend bewijs, zoals medische rapporten over toegebracht letsel, beeldmateriaal, of wetenschappelijk onderzoek naar de vraag of bepaalde zaken überhaupt mogelijk zijn.

Bovendien zijn de ‘getuigen’ in het verhaal van Nicholas Kristof lieden die terreur verheerlijken, de slachtpartij van 7 oktober vieren, steeds verschillende versies van hun slachtofferverhalen geven, banden met Hamas hebben, of openlijk verklaren dat Israël vernietigd moet worden. Zijn dat betrouwbare bronnen die je kunt geloven als ze geen ondersteunend bewijs leveren?

In een poging toch geloofwaardig over te komen, legde Kristof de Israëlische oud-premier Ehud Olmert in de mond dat hij de beschuldigingen aannemelijk zou vinden. Inmiddels heeft Olmert openlijk afstand genomen van deze bewering, en dit aan de New York Times medegedeeld. Dit alles verhinderde niet dat Nu.nl het opiniestuk van Kristof aanhaalde.

Timing

Het is moeilijk kiezen wat het meest schandalige is aan dit opiniestuk. Is dat het publiceren van feitenvrije laster? Of het witwassen van Israëlhaters? Of is dat het tijdstip van verschijnen? De New York Times wist wanneer het Israëlische rapport over 7 oktober uit zou komen, en was daarin niet geïnteresseerd. In plaats daarvan publiceerde de krant dit bloedsprookje, pal voor het uitkomen van dat rapport.

Het afglijden van de New York Times

Na het verschijnen van het opiniestuk barstte een storm van kritiek los, en de New York Times publiceerde een verklaring. In de tweet hieronder een screenshot daarvan. De Times beweert dat het opiniestuk grondig gefactcheckt was, en dat onafhankelijke experts waren geraadpleegd. Het is onwaarschijnlijk dat de krant deze beweringen hard kan maken.

De situatie is voor de New York Times-redactie extra pijnlijk geworden nu de Israëlische regering zelf in actie is gekomen, zie de tweet hieronder. Komt de krant weg met een beroep op de reputatie van de journalist – Nicholas Kristof won twee Pulitzer prijzen – of met een beroep op de eigen reputatie als kwaliteitskrant? Iedereen kan het stuk lezen en de zwakheden erin controleren.

En iedereen kan weten dat de New York Times de laatste jaren steeds verder is afgedreven van haar eigen journalistieke normen. Activisten wisten het toezicht op de kwaliteit doeltreffend uit te hollen. In 2017 schafte de Times de functie van Public Editor af. Uitgever Arthur Sulzberger Jr. stelde dat voortaan “lezers en volgers op sociale media gezamenlijk fungeren als een moderne waakhond”.

In juni 2020, toen Amerikaanse steden letterlijk in brand stonden dankzij de BLM-rellen, publiceerde de New York Times een stuk van een Republikeinse senator die pleitte voor de inzet van het leger. De activisten binnen de redactie begonnen een hetze tegen hun eigen collega’s, en twee leden van de opinieredactie – James Bennet en Adam Rubenstein – werden ontslagen.

Reputatie ondermijnen

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Kranten die ooit een degelijke reputatie verwierven door goede journalistiek te bedrijven, kunnen niet op die reputatie blijven bouwen als zij zelf journalistieke normen schenden en kwaliteitscontrole uitschakelen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor Nederlandse kwaliteitsmedia, die hun journalistieke normen negeren om anti-Israëlactivisme te kunnen bedrijven.

Het probleem is niet dat in vooraanstaande media kritische stukken over Israël verschijnen. Het probleem is dat er stukken verschijnen die – zoals nu in de New York Times – degelijke onderbouwing missen, onbetrouwbare bronnen gebruiken, en selectief informatie geven. Als media werkelijk misstanden in Israël zouden willen aantonen, dan zouden ze gewetensvol onderzoek doen en hun bronnen controleren.

Als deze media werkelijk begaan zouden zijn met eventuele slachtoffers van Israëlische wandaden, dan zouden zij geen feitenvrije bloedsprookjes verspreiden, maar eerlijk en gebalanceerd verslag doen. Het niveau van de anti-Israël rapporten en artikelen zegt weinig over eventuele misstanden in Israël, maar het zegt alles over deze haatzaaiende media.

De populariteit van bloedsprookjes

Bloedsprookjes zijn helaas van alle tijden, omdat Jodenhaat blijkbaar zo diep is ingevreten in ons collectieve onderbewustzijn, dat elk verwijt vroeg of laat uitmondt in een verwijt tegen Joden. Het is altijd makkelijk om een zondebok bij de hand te hebben om de onvrede in een samenleving te kanaliseren zonder de belangen van de gevestigde orde te beschadigen.

In zowel christelijke als islamitische samenlevingen konden opportunisten bouwen op de wrok tegen de ‘vadergodsdienst’ die weigerde de superioriteit van de nieuwe godsdienst te erkennen. Daar kwam bij dat Joden juist door alle onderdrukking overlevingsmechanismen ontwikkelden die hen opnieuw verdacht maakten.

Elke verbanning leverde weer internationale contacten op, wat complottheorieën over geheime wereldheerschappij voedde. Beroepsverboden zorgden ervoor dat Joden zich noodgedwongen toelegden op financiering – de Joden beheersen de banken! – en op kunst en wetenschap. Dat Joden daarin excelleerden, voedde weer nieuwe wrok tegen deze minderheid.

De oude haat tegen Joden richt zich nu op de Joodse staat. Dankzij haatcampagnes vanuit de islam, het christendom, de nazi’s en de Sovjetunie is Israël nu de zondebok geworden die alle westerse zonden moet dragen. Bovendien wil Europa zich graag bevrijden van het schuldgevoel over de Holocaust. Als de Joden zélf de nazi’s zijn, vermindert dat onze schuld.

De herleving van oude Jodenhaat en het afbrokkelen van journalistieke integriteit vormen een giftig mengsel. Het resultaat daarvan zien we dagelijks in onze media, in ons parlement en in onze straten.

Het grootste probleem zijn niet de bloedsprookjes zelf, het grootste probleem is dat ze welkom zijn bij onze ‘kwaliteitsmedia’ die hiermee Jodenhaat weer salonfähig maken.

 

U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.