FotoSer Amantio di NicolaoCC BY-SA 4.0.

De NPO is een koninkrijkje binnen het koninkrijk Nederland, maar wie regeert daar eigenlijk? Op papier is er een prachtig systeem van toezicht met een journalistieke code, het Commissariaat voor de Media en een Ombudsman, maar wie klaagt over schendingen van de journalistieke code met betrekking tot Israël krijgt geen voet aan de grond. Verslag van een testrit langs de voorgeschreven route.

Sinds 7 oktober 2023 is de onrust in het Midden-Oosten voortdurend in het nieuws. Helaas is de verslaggeving over het conflict zo ideologisch gekleurd dat feiten niet meer relevant lijken. Dit geldt niet alleen voor veel kranten, het geldt ook voor de NPO. Al vanaf het begin van de oorlog regent het dan ook klachten. Maar hebben die klachten ook enig effect?

Kamervragen

In juni 2024 stelde dhr. Chris Stoffer, Kamerlid SGP, Kamervragen over de berichtgeving van de NOS inzake Israël en Gaza, naar aanleiding van een zwartboek dat was uitgebracht door Likoed Nederland. Elke vraag over de stelselmatig onevenwichtige berichtgeving over Israël liep stuk op de muur van Staatssecretaris Gräper-van Koolwijk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:

“Persvrijheid en de onafhankelijkheid van de media zijn ontzettend belangrijk voor het functioneren van een democratie. Het past mij daarom niet de berichtgeving van de NOS te recenseren, ook niet in hypothetische zin.”

In september 2024 kwam een schokkend rapport uit over de anti-Israëlbias van de BBC. Naar aanleiding van dit rapport en enkele NOS-artikelen stelde Claudia van Zanten, Kamerlid BBB, Kamervragen aan Minister Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. “De politiek dient zich niet te bemoeien met de inhoud van media, maar moet er wél voor waken dat deze niet in strijd is met de Grondwet; hoe controleert u hierop?”

Hierop antwoordde minister Bruins: “Een rechtstreeks toezicht van de overheid op de inhoud van media-uitingen zou neerkomen op censuur of de uitoefening van druk.” In zijn antwoorden verwees hij naar de klachtenprocedure van de NPO: eerst klagen bij de omroepen, vervolgens eventueel in beroep gaan bij de NPO Ombudsman, en als extra vangnet was er nog het toezicht van het Commissariaat voor de Media.

Persvrijheid

Het is mooi dat wij in Nederland persvrijheid hebben. Een overheid die een knellende greep op de media heeft, is een gevaarlijke overheid. De bewindslieden zijn dus terecht huiverig voor bemoeienis met berichtgeving. Maar zijn media daarmee ook vrij om te misleiden? Om propaganda te bedrijven en dissidente geluiden te weren? Hoe functioneert het bovengenoemde toezicht op de NPO?

In november 2024 diende ik twee klachten in bij de NPO Ombudsman, een over Nieuwsuur en een over Bar Laat.

Bar Laat

In mijn klacht over Bar Laat sprak ik over eenzijdige en zelfs onware informatie. Zo toonde Bar Laat misleidende landkaarten die suggereren dat er ooit een Palestijnse staat was, wat de beweringen van Ramsey Nasr daarover versterkte. Ook gaf Michiel Servaes (Oxfam Novib) onjuiste informatie over een VN-rapport. Verder noemde ik dat Sophie Hilbrand de gasten had moeten corrigeren, iets waar omroep Ongehoord Nederland ooit nog voor veroordeeld is.

De Ombudsman schreef dat ik selectief was in mijn weergave van informatie: “Bijvoorbeeld waar u verwees naar informatie over het Colonna-rapport over UNWRA gaf u bijvoorbeeld niet aan dat dat rapport geen individuen onderzocht maar structuren en waarborgen, om mogelijk aanbevelingen tot verbetering te doen. En dat dat rapport ook stelde (op p 22) dat Israël nog geen onderbouwing leverde voor de geuite claim dat een substantieel deel van UNWRA-personeel lid van terroristische organisaties zou zijn.”

Blijkbaar had de medewerker niet de moeite genomen mijn artikel te lezen, want daar stond dit allemaal uitgebreid in. Wat daar ook in stond – en wat de Ombudsman wegliet – was dat Catherine Colonna zelf op een persconferentie journalisten terechtwees die uit het rapport wilden concluderen dat UNRWA geen blaam trof, en dat zij hen verwees naar een ander rapport dat hier wel over ging.

Verder verdedigde de Ombudsman Bar Laat door te stellen dat de presentatrice onmogelijk op elke uitspraak van gasten voorbereid kan zijn, dus dat niet alles ter plekke gecheckt kan worden. Dat Bar Laat die landkaarten in beeld bracht was duidelijk voorbereid, maar daarop ging de Ombudsman dus niet in. Bijna 3000 woorden kwamen neer op: Bar Laat heeft het recht om eenzijdig te zijn en feiten niet te checken.

Prioriteiten

Maar goed, Bar Laat is natuurlijk slechts een praatprogramma waar weinig mensen naar kijken. Het is hooguit van belang omdat het linkse establishment daar ongehinderd onder elkaar kan zijn. Daarom hechtte ik meer belang aan mijn klacht over Nieuwsuur, een veelbekeken achtergrondprogramma dat pretendeert onafhankelijk, onpartijdig en ongebonden te zijn.

Nieuwsuur

Neemt u gerust even de tijd om de bijlage bij mijn klacht te lezen. Het is een gortdroge opsomming van wat misging in drie uitzendingen van Nieuwsuur. Hoofdzaak was het witwassen van terroristen en het zwartmaken van Israël. Dit gebeurde niet alleen door stelselmatig slechts één visie over dit conflict uit te dragen, het gebeurde zelfs door regelrechte onwaarheden.

Het is al erg genoeg om systematisch te verzwijgen dat Iran, Hamas, Hezbollah en de Houthi’s openlijk uit zijn op de vernietiging van Israël, maar het is nog veel erger om vervolgens Hezbollah af te schilderen als een verzetsgroep, en Iran als een ‘geduldig’ land dat door Israël geprovoceerd wordt. Daarbij kwam het witwassen van een terrorist in dienst van UNRWA, en (weer) het verdraaien van de conclusie van het Colonna-rapport. De Ombudsman had reden kunnen zien om Nieuwsuur te corrigeren.

Maar haar enige aanmerking ging over een sneer van Midden-Oostenexpert Erwin van Veen: “…als hij het heeft over de aanvallen van Israël op Zuid-Libanon in het verleden. Daarover zegt hij letterlijk: “Daar zijn de Israëli’s sinds de jaren 80 al mee bezig wanneer ze daar zin in hebben.” Het zinnetje “wanneer ze daar zin in hebben” roept terecht vragen op bij u. Hier was het goed geweest als de presentator een vraag had gesteld over wat hij daarmee precies bedoelde of waar hij dit op baseerde.”

Met deze aalmoes moest ik als kritische nieuwsconsument het doen. Verder zag de Ombudsman mijn kritiek als een ‘verschil in interpretatie’, en stelde dat in al die uitzendingen Nieuwsuur geen fouten had gemaakt. “Een overtreding van de journalistieke ethiek is er niet in te ontdekken.” En: “Voor uw beschuldigingen van desinformatie heeft de Ombudsman geen onderbouwing kunnen vinden.”

Commissariaat voor de Media

Wat kon ik nog doen? De klacht over Bar Laat liet ik maar zitten, met de klacht over Nieuwsuur ging ik naar het Commissariaat voor de Media. In de antwoordmail stond direct al een zinnetje dat bij mij de alarmbellen deed afgaan: “De opvolging van een melding is vertrouwelijke informatie over ons werk als toezichthouder. U ontvangt daarom hierover in principe geen verder bericht van ons.”

Maar wat las ik in de toelichting waarnaar verwezen werd? “Soms maakt het Commissariaat een uitzondering op dit uitgangspunt. Bijvoorbeeld als informatie al openbaar is, als er feitelijk onjuiste informatie rondgaat of als er met een bekendmaking een belangrijk doel kan worden behaald.” Al deze punten leken mij van toepassing, en ik wees het Commissariaat hierop.

Het antwoord kwam snel: “Het Commissariaat verstrekt geen informatie over individuele zaken. (…) We begrijpen echter dat de door u geciteerde tekst uit het artikel tot een andere conclusie ten aanzien van het verstrekken van toezichtinformatie zou kunnen leiden. Daarom gaan wij opnieuw naar de tekst kijken en waar nodig de tekst verduidelijken.” Een 21e-eeuwse Kafka zou hier veel inspiratie in kunnen vinden.

Zoals u zult begrijpen ontving ik hierna alleen nog een geautomatiseerd mailtje: “U heeft via het E-Loket een (aan)vraag ingediend bij het Commissariaat voor de Media. Deze (aan)vraag is bij ons bekend onder zaaknummer XXXXX. Graag informeren wij u dat de status van uw zaak is gewijzigd.” Op de website stond slechts: “Status: Uw tip of melding is afgesloten.”

Persvrijheid zonder verantwoordelijkheid

Nieuwsuur en Bar Laat kunnen gerust gaan slapen. Het afpoeieren van klachten is tot in de finesses vervolmaakt, en het ‘toezicht’ is geheel afgesteld op het beschermen van de media. Inmiddels ken ik meerdere mensen met soortgelijke ervaringen, al zullen de meeste klachten niet verder komen dan een machteloos schrijven aan de media zelf. De weinigen die tot aan de Ombudsman kwamen, zullen vrijwel nooit doorgaan naar het Commissariaat voor de Media.

Hiermee is ongetwijfeld de persvrijheid gewaarborgd, maar hoe zit het met de kwaliteit van de berichtgeving? Als media weg kunnen komen met openlijke eenzijdigheid en zelfs onwaarheden, dan ligt de weg naar misleiding en propaganda wijd open. Zeker als de eenvormigheid van de zogenoemde kwaliteitsmedia toch al een structureel probleem is.

Denk hierbij ook aan artikel 2.88 van de Mediawet, waarin staat: “Een publieke media-instelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat het aanbod van haar mediadiensten aanzet tot geweld of haat jegens een groep personen of een lid van een groep.”

Onder het mom van Israëlkritiek wordt de staat Israël gedemoniseerd, en helaas leidt dit ook tot Jodenhaat in Nederland. Wie nu op hoge toon vraagt of kritiek op Israël ‘niet mag’, vertrouwt vermoedelijk nog te veel op media die feiten ondergeschikt maken aan hun antipathie tegen de Joodse staat. Vraag u af waar u uw kennis hierover vandaan hebt. En besef dat terechte kritiek iets anders is dan demonisering.

Toezicht

Om terug te komen op de beantwoording van die Kamervragen: hoe vinden de bewindslieden dat het toezicht op de NPO functioneert als zij dit verhaal lezen? Hebben zij de indruk dat dit ‘toezicht’ nog dient om de kwaliteit van de nieuwsvoorziening te waarborgen? Of hebben de media en hun sympathisanten een systeem opgetuigd dat als bescherming tegen kritische nieuwsconsumenten dient?

Geen verstandig mens zal pleiten voor de censuur waar minister Bruins voor vreesde. Maar het opstellen van goede journalistieke codes en het opleggen van sancties aan media die zich daar niet aan houden, dat is geen censuur. Dat is kwaliteitsbewaking. Waarbij de NPO de code trouwens beter zou kunnen baseren op het Global Charter of Ethics for Journalists dan op de huidige verwaterde versie, die op zich al bedoeld lijkt om propagandisten ruim baan te geven.

Misschien dat integere media het zonder degelijk toezicht kunnen stellen, maar de Nederlandse omroepen zijn te vaak niet integer gebleken.

U kunt Maaike van Charante steunen via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en podcasts? Volg Maaike op Twitter.