On the barricades on the Rue Soufflot, Paris, 25 June 1848 (1848-49), by Horace Vernet

Na de laatste verkiezingen roepen sommigen dat deze tijd lijkt op de jaren ’30 van de vorige eeuw, maar we zouden beter kunnen kijken naar een jaartal lang daarvoor. 1848 was het revolutiejaar: het jaar dat de heersende macht in Nederland tot het besef kwam dat hervormingen onontkoombaar waren, het jaar dat Nederland een parlementaire democratie werd.

In het terugkijken op 2023 zag ik veel parallellen met 1848. De heersende macht van destijds wilde geen veranderingen, maar burgers in heel Europa kwamen in opstand en eisten democratische hervormingen. Revolutie dreigde, en de Nederlandse koning Willem II koos eieren voor zijn geld. Liever een koning zonder macht dan een koning zonder hoofd.

In 1848 trokken Nederlandse burgers in fakkeloptochten naar de koninklijke paleizen om hervormingen te eisen, in 2023 trokken zij naar de stembus. Twee keer hadden we dit jaar verkiezingen, en twee keer zorgden die verkiezingen voor een politieke aardverschuiving. In maart werd de BBB bij de Statenverkiezingen in alle provincies de grootste, in november won de PVV de Tweede Kamerverkiezingen met een onverwacht grote voorsprong.

Wat veroorzaakte deze electorale dreunen?

Groeiende onvrede

De onvrede had tijd gekregen om op te bouwen. Onder de verschillende kabinetten Rutte werden gaten geslagen in de Nederlandse maatschappij. Problemen werden niet opgelost, maar weggelachen. De retoriek van het ‘gave land’ moest steeds meer ellende verhullen. Intussen werden lobbyisten goed bediend, zoals aan de klimaattafels waar kiezers geen inspraak hadden, maar wel mochten betalen.

Al in 2019 stonden zorgmedewerkers, docenten en natuurlijk de boeren op het Malieveld om te protesteren. De Groningers en de toeslagenouders waren minder zichtbaar, zij leden nog in stilte. En toen kwam corona. Na de eerste schrik doken VVD-premier Mark Rutte en CDA-minister Hugo de Jonge gretig op hun nieuwe rol. Nederland kreeg wekelijkse persconferenties die nergens voor nodig waren, maar die deze twee verkopers een gouden kans boden om hun staatsmannelijkheid uit te venten.

Rutte was altijd al een meester in het vinden van geitenpaadjes – denk aan dat ongewenste Oekraïnereferendum in 2016 – maar nu steeg hij tot grote hoogten. Corona gaf hem ongekende macht. Helaas voor hem werd hij dwarsgezeten door lastige journalisten en Kamerleden die zich niet lieten intimideren en bleven trekken aan de losse draadjes die ze vonden. Eind 2020 kwam ondanks corona het rapport Ongekend Onrecht uit.

De ontmaskering van Rutte

Het werd duidelijk hoe in ons ‘beschaafde’ land tienduizenden onschuldige burgers vermalen waren door de overheid. In januari 2021 viel het kabinet. Vervolgens profileerde Mark Rutte zich als coronapremier, en wist Sigrid Kaag zich verzekerd van schaamteloze steun in de media. Zo won de coalitie alsnog de verkiezingen, maar het ‘functie-elders’-schandaal in april 2021 legde te veel gekonkel bloot. En toen daarna de kabinetsnotulen van 2019 openbaar werden gemaakt, kon iedereen zien welke smerige spelletjes achter de schermen waren gespeeld.

Het bleek dat de bewindslieden van Rutte zich niet ingezet hadden om de toeslagenouders te helpen, maar om het schandaal in de doofpot te houden. Steeds meer mensen gingen beseffen dat deze politici ondanks alle mooie praatjes vooral hun eigen belangen dienden. De coalitie klemde zich vast aan de macht, maar was de steun onder de bevolking al kwijt. Het vierde kabinet Rutte was een doodgeboren kindje.

De winst van BBB

En als er tenminste alsnog enige bescheidenheid was geweest, als dit kabinet tenminste alsnog hard had gewerkt voor de kiezer in plaats van voor de eigen belangen… maar de arrogantie en de meedogenloosheid bleven ervan af druipen. Het wanbeleid speelde op allerlei terreinen, maar de boeren werden de slachtoffers waarom het verzet zich ging kristalliseren. Het stikstofbeleid was te absurd, te onrechtvaardig. Het waren niet alleen boeren die omgekeerde vlaggen ophingen.

Terwijl steeds meer sympathisanten aantoonden hoe krankzinnig het stikstofbeleid was, denderde Rutte IV door als een blind paard, gesteund door boerenhaters in oppositiepartijen en in de media. Met de kromme wetten in de hand, werden boeren en vissers kapot gemaakt. De bezweringen van de Haagse bubbel werkten niet meer, en de eerste electorale dreun was een feit: in maart 2023 stemde Nederland massaal voor de BoerBurgerBeweging van Caroline van der Plas.

Arrogant doordrammen

De kiezersopstand kon niet op instemming rekenen bij de bevoorrechte klasse. In ‘kwaliteitsmedia’ besprak men de gevaren van het populisme, de AIVD waarschuwde voor anti-institutioneel extremisme, en de omroepen van de gevestigde orde werkten eendrachtig als nooit te voren samen om dat lastige Ongehoord Nederland uit het bestel te krijgen.

Intussen kwam in juni 2023 het rapport uit over de gaswinning in Groningen. Weer waren onschuldige burgers genadeloos vermalen, weer was de overheid schandalig tekort geschoten. En weer waren Mark Rutte en zijn bewindslieden meer bezig met hun politieke overleven dan met het leed van gewone mensen.

Elk schandaal legde weer de mentaliteit van de heersende klasse bloot. De schandalen waren geen incidenten, ze waren symptomen van de voort etterende afbraak van de basis van Nederland. Voor de hobby’s van de zittende macht – inefficiënt klimaatbeleid, invloed kopen in het buitenland, diversiteitsprojecten  – was altijd steun te vinden. Een grondige reparatie van zorg, onderwijs en volkshuisvesting was teveel gevraagd.

De vijandige overheid

En de afbraak ging dieper dan ‘slechts’ die van deze basisbehoeften. Burgers voelden zich steeds meer als vijanden behandeld. Wantrouwen vanuit de overheid was standaard, beschuldigingen waren aan de orde van de dag. Autochtone Nederlanders moesten zich schuldig voelen over hun huidskleur, hun tradities, en de misstappen van Nederlandse elites in voorbije eeuwen.

Het domineesvingertje was overal. Omdat alles ‘onze’ schuld was, moest overal boete voor worden gedaan. Dat ging van opofferingen om de opwarming van het klimaat te stoppen – alsof dit in onze macht lag – tot gastvrijheid voor immigranten ten koste van onze eigen toekomst. De bevoorrechte klasse pronkte met idealen waarvan de lasten werden opgelegd aan de rest van de bevolking. In wezen werd steeds zichtbaarder wat al decennia speelde.

Het keerpunt

Mark Rutte begreep dat zijn tijd op was, en zette zelf een voortijdige punt achter zijn vierde kabinet. Een nieuwe wind waaide door politiek Nederland: politici van de gevestigde orde vertrokken, en veel kiezers vestigden hun hoop op BBB en Pieter Omtzigt. Nu Mark Rutte vertrok, begreep ook Wilders dat er een nieuwe tijd aanbrak. Vanaf dat moment matigde hij zijn toon. En toen werd het 7 oktober.

Hamas viel Israël binnen en slachtte in een orgie van geweld honderden burgers af. En nog voordat Israël zelfs maar een voet in Gaza gezet had, stroomden de straten in de westerse wereld vol met anti-Israëlprotesten. In die straten zagen we het onzalige verbond tussen de Israëlhaters: de ‘linkse’ lakeien van de macht die het domineesvingertje kwamen heffen, en (afstammelingen van) islamitische immigranten.

Bestuurders stonden intimiderende anti-Israëldemonstraties toe, terwijl het hijsen van de Israëlische vlag als polariserend werd gezien. De ‘kwaliteitsmedia’ gingen zo ver mee in het anti-Israël narratief dat ze zich zelfs bezondigden aan het doorgeven van Hamaspropaganda. Maar te veel Nederlanders waren de afgelopen jaren al wakker geworden door alle misstanden en het vertrappen van de grondrechten tijdens de coronacrisis.

De ogen gingen open

Iedereen die zich niet liet bedwelmen door het opgelegde narratief, kon met eigen ogen zien dat de Israëlhaters niet gedreven werden door oprechte verbondenheid met de Palestijnen. Want waar waren de grote demonstraties toen Palestijnen massaal werden afgeslacht in Syrië? Hier zagen we de doorgeslagen westerse zelfhaat van ons establishment – die zich uit in vijandigheid tegen de eigen bevolking – gecombineerd met de falende integratie van te veel Jodenhatende nieuwkomers.

Het falen van de multiculturele samenleving en de zelfhaat van het domineesvingertje lagen letterlijk op straat, en Wilders hoefde alleen maar zijn vaste punten te herhalen en dit keer af te zien van nodeloze provocaties. Toen de andere partijen het weer af lieten weten en vertrouwen predikten in instituties die al lang onbetrouwbaar zijn gebleken, werd de PVV met voorsprong de grootste.

1848 past beter dan de jaren ‘30

Sindsdien roepen geschokte duiders dat de jaren ’30 terug zijn en dat we nu af dreigen te glijden naar fascisme. Maar ze zouden beter terug kunnen denken aan 1848. De onvrede kwam niet uit het niets, al was het eerder niet populair om de oorzaken te benoemen. En net als in 1848 staat de zittende macht voor de keus: zich vastklampen aan de macht, of beseffen dat een koerswijziging nodig is.

Op sleutelposities in onze maatschappij zitten zoveel liefhebbers van de oude politiek dat zij succes zouden kunnen hebben als zij een regering met de PVV willen saboteren. Maar tegen welke prijs? Ons establishment kan beter deze democratische aardverschuiving respecteren en helpen om de veranderingen in goede banen te leiden.

Maar dat vergt een werkelijk democratische instelling. Dat vergt enige zelfkritiek, dat vergt werkelijk luisteren naar anderen. Het vergt vooral een afscheid van dat gehate domineesvingertje. Het is te hopen dat deze ‘bezorgde burgers’ af zullen dalen van hun kansel, en zich werkelijk in willen zetten voor een beter Nederland.

2024 is een kans

Er is niets ongrondwettigs aan het herzien van verdragen, aan het aannemen van nieuwe wetten, en zelfs aan het wijzigen van de Grondwet. Te veel is scheef gegroeid de afgelopen decennia. Het is een goede zaak dat we nu de kans hebben om misstanden recht te zetten. PVV, VVD, NSC en BBB hebben een stevige meerderheid en kunnen elkaar in evenwicht houden, al zal het de VVD zwaar vallen om eindelijk verkiezingsbeloftes waar te moeten maken.

In peilingen na 22 november laten kiezers steeds duidelijker weten hoe groot het draagvlak voor deze regering is, en hoe sterk het verzet tegen het opnieuw uitsluiten van de PVV. Gewone Nederlanders lijken meer vertrouwen in de veerkracht van onze democratische rechtsstaat te hebben dan velen die zich nu opwerpen als verdedigers ervan.

2023 was een revolutiejaar. Laat 2024 het jaar van de nieuwe koers worden, het jaar dat Nederland weer meer een democratie wordt.

Vond je dit artikel goed? Steun Maaike van Charante via repelsteeltje.backme.org

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Volg Maaike op Twitter.